Laatst bijgewerkt: 19 september 2014

De juiste richting bepalen....

Regelmatig komen we in situaties waarbij het niet duidelijk is welk pad er op het kruispunt moet worden gekozen. Misschien komen er erg veel paden bij elkaar en staan deze niet allemaal duidelijk op onze kaart, of we lopen door een erg open landschap en het pad is niet of nauwelijks zichtbaar. Bij deze voorbeelden is een kompas handig. Ook als je al bent verdwaald, kan het kompas in elk geval de richting wijzen waar je het best naar toe kunt lopen om uiteindelijk weer ergens uit te komen.

Horloge:

Het goedkoopst is je horloge en deze heb je doorgaans altijd bij je. Houd je horloge horizontaal. Richt de kleine wijzer naar de zon. In de zomertijd wel 2 uur denkbeeldig aftrekken, in de winter 1 uur. Het zuiden ligt tussen je kleine wijzer en de 12-uur aanduiding van je horloge. Natuurlijk moet er dan wel zon zijn.

De natuur:

Ook de natuur zelf kan je aardig op weg helpen. Mos op een boomstam groeit aan de noordzijde. De stamzijde zonder mos moet dus wel het zuiden zijn. Moeten we naar het oosten en kijken we tegen sterke mosafzetting aan, dan kiezen we het linker pad. Een andere indicatie is de takkengroei. Bomen hebben aan de zuidkant meer takken.

Het kompas

Nauwkeuriger en onafhankelijk van de zon, is het kompas. Er zijn veel types te koop. Op het Internet zijn complete kompascursussen te vinden. Hier wil ik er niet al te diep op ingaan, maar me beperken tot enkele basiszaken. Voor de meeste wandelaars ruim voldoende.

Een kompas als hiernaast is heel gebruiksvriendelijk. Het kompashuis is voorzien van pijlen (links- en rechtsboven), een draaibare ring met graden aanduiding en een haarlijn, hier in de spiegel. Handig is ook de doorzichtige kompasroos.

Goede kaarten hebben noord-zuidlijnen, vaak lichtblauw, waarbij de bovenzijde van de kaart het noorden is (altijd even nazien). Als je op de kaart kunt aanwijzen op welke weg je loopt, kun je aan de lijnen snel zien of jou pad b.v. noord-zuid of oost-west loopt. Loop je naar het noorden en moet je straks volgens de kaart naar links, dan weet je dus: naar het westen! Lastig wordt het als bij dat kruispunt blijkt dat er twee paden naar links gaan. Welke is de juiste als er op de kaart maar één bekend is?

Kijk dan goed naar de noord-zuid en oost-westlijnen op de kaart om zo precies mogelijk de richting van het door jou te nemen pad te bepalen. Gebruik eventueel het kompas als liniaal om dit nog nauwkeuriger te bepalen. Loopt het pal west of toch net iets zuidelijker? Als je dat weet, kun je met het kompas gemakkelijk het goede pad kiezen. Houd het kompas horizontaal en draai met je lichaam rond tot zowel de pijlen van het kompas als de rode noordkant van de naald in één richting wijzen. Kijk dan welk van de twee paden inderdaad iets links van de west-aanduiding ligt, b.v. 260 graden, en neem deze.

Gaat het niet om een pad maar om een over te steken vlakte en richting 260, draai de ring dan tot de 260 bij de bovenste markering staat (bovenkant van het kompas). Draai dan je lichaam tot de noordzijde van de kompasnaald de rode N van 'noord' op de ring aanwijst. De pijlen van het kompas wijzen nu in de looprichting.

Vanaf dat moment kun je beter in de kompasrichting een referentiepunt zoeken in de verte in richting 260. Een rots, boom of verre bergtop. Het is gemakkelijker om je daar op te richten tijdens het lopen dan om steeds op je kompas te kijken. Controleer eventueel af en toe de richting nog eens.


Positiebepaling....

Als je geen idee hebt van je positie en welke kant je op zou moeten, kun je het kompas gebruiken voor een positiebepaling met een kruispeiling. Er moeten dan wel op de kaart herkenbare punten te vinden zijn. Een kerktoren, een bergtop in de verte die je kunt identificeren, een monument of dorp. Als het maar op de kaart staat. Je zult minimaal twee punten moeten peilen. Richt je kompas op b.v. die kerktoren. Draai je gradenring tot de N bij de noordkant van de kompasnaald staat. Boven aan het kompas kun je nu de gepeilde richting aflezen.

Het uitzetten op de kaart is voor beginners weer het eenvoudigst als de kaart goed noord-zuid ligt. Leg het kompas op de kaart met het middelpunt van de roos op de gepeilde kerktoren. Draai het kompas tot de naald naar de N op de ring wijst. De as van je kompas is nu de lijn waarop jij je bevindt. Deze zou je met potloot kunnen tekenen of leg er iets rechts langs. Doe nu de 2e peiling en zet deze op dezelfde mannier op de kaart. Het kruispunt van de lijnen is je positie, bij een goede peiling zelfs tot op een tiental meters nauwkeurig. Een 3e meting maakt het helemaal zeker. Nu is het weer eenvoudig om een vervolgroute te bepalen. Als er maar één herkenningspunt te vinden is, maar je beschikt ook nog over een hoogtemeter, ook dan is een goede plaatsbepaling een fluitje van een cent. Lees verder bij "hoogtemeter".


De hoogtemeter

Aansluitend op het vorige deel kruispeiling: hoe doe je dat met één kompaspeiling en de hoogtebepaling? Zet je ene kompaspeiling op de kaart. Bepaal met de hoogtemeter de hoogte waarop je zit en zoek de bijbehorende hoogtelijn op de kaart. Vaak zijn dat de bruine lijnen. Elke bruine lijn is 100m hoger/lager, bij elke 500m is de hoogte vermeld. Het kruispunt van je peillijn met de juiste hoogtelijn is de positie. Als dat tussen 1500 en 1600m in valt, ga dan uit van 1550m. De hoogtemeter laat je precies weten wanneer je bij de juiste afslag bent.

Wel steeds de meter IJKEN!

Er zijn analoge meters maar er zijn er natuurlijk ook digitale. Zelfs geïntegreerd in een horloge is verkrijgbaar. Een hoogtemeter is niets anders dan een luchtdrukmeter (barometer). Dat betekent dat er bij een veranderende luchtdruk, een afwijking ontstaat. Steeds opnieuw ijken is dan ook nodig. De luchtdruk opzoeken in je dagblad helpt niet. Als je op de camping op 700m zit en de luchtdruk wordt aangegeven op NAP niveau, zul je eerst wat berekeningen moeten doen.

Gemakkelijker is om bij elke wandelroute te kijken waar je vaste hoogtepunten kunt vinden op de kaart bij je route. Vaak is dat wel bij de Hütte waar je de auto neerzet. Daar kun je dan de meter instellen met de hoogtemeters behorende bij die plaats en de ijking is 100%. Als er gedurende de dag sterke weersveranderingen zijn kan dat een afwijking betekenen, maar dat is niet erg voor onze doeleinden.