Laatst bijgewerkt: 19 september 2014

Op deze pagina heb ik wat spulletjes verzameld over de betreffende gebieden: Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Beveland, maar eerst een stukje ontstaan:

Altijd leefden in onze Lage Landen mensen die zich moesten verweren tegen de zee. Generatie na generatie probeerden ze een bestaan op te bouwen in het zuidwestelijk gedeelte van de Lage Landen. Een kleine groep vestigde zich op een eiland in de ononderbroken woelende monding van de Oosterschelde. Daar begint het verhaal.



Op een zandbank in de Oosterschelde groeide slijkgras. Dat gras hield slib vast. Het land werd hoger. Toen kwamen de mensen en legden een dijk.

Het eiland Orisant is in 1602 ingepolderd in opdracht van de twee oudste kinderen van Willem van Oranje. Dat waren de door de Spanjaarden gegijzelde Filips-Willem en zijn zuster, tevens zaakwaarnemer, Maria van Nassau. Dat gebeurde met de vlammen van de Tachtigjarige Oorlog op de achtergrond. De Spanjaarden dreven de opstandige calvinisten in de Lage Landen bijeen. Laag! Niet meer dan een modderig hoekje van Noordwest-Europa, waar de grote rivieren van het continent hun water naar de zee brengen. Daar, in een ongezonde, natte wereld van schorren en veenmoerassen bouwden deze mensen aan een veerkrachtige samenleving.

Het eiland Orisant bestaat niet meer. Alleen in oude archieven vind je nog fragmenten tekst over de gebeurtenissen aldaar en het lot van het eiland. Losse namen, aantekeningen, rekeningen. Mensen van Orisant, opgedoken uit de nooit bezochte diepten van onze geschiedenis.



Een archipel van zand en slik

Het westen van Nederland is ontstaan uit een moerassige delta waar, nog altijd, rivieren de zee ontmoeten. Tot ongeveer het jaar 1200 had het water vrij spel. Toen kwam de mens. Vooral de katholieke kerk investeerde in de bouw van dijken en het aanwinnen van nieuw land. Direct daarna kwamen omhoog gevallen boeren die zich heren noemden. Ze bouwden houten palissades op hoogten en noemden dat kastelen. Rond de eerste kapel en rond het kasteel ontstonden gemeenschappen.

De mensen organiseerden het verweer tegen de zee, per polder, dus volgens het principe van 'elk zijn dijk', en wat de buurman doet moet-ie zelf maar weten. Dat veroorzaakte nogal wat waterstaatkundige ongelukken: vooral overstromingen. De gewone man betaalde de tol. De eigenaren zaten ver weg, in het klooster, of hoog en droog, in hun burcht. Wind en water schiepen in zuidwest-Nederland een altijd bewegende archipel van eilanden en schiereilanden. Hoeveel keer er ook mensen verdronken, er kwamen altijd weer nieuwe pioniers terug. En altijd hadden ze en schop bij zich. Ze roeiden naar zandplaten en naar hoge banken waar groene schorren het leven boven de vloed deden groeien. Vaak kwamen eerst de herders. Met hun beweiding maakten ze de schorren rijp voor bedijking.

Zo werden de zandplaten polders. Sommige van die polders bestonden maar een paar jaar, andere overleefden »»n pioniersgeneratie en verdwenen daarna voor altijd. Zo verging het ook dat ene kleine, vergeten eiland Orisant. De Nassaus gaven de inpolderingen in West-Brabant en Zeeland in de vijftiende en de zestiende eeuw een grote stimulans. Ook Willem van Oranje die in 1568 zijn vorken en lepels nog moest verkopen om een legertje vrijbuiters te huren om Alva te bestrijden. Door toedoen van de voorouders van koningin Beatrix zijn er in dit gebied heel wat dorpen die een Voorstraat kennen. Dat allemaal dankzij die ene ontwerp-plattegrond die de stedenbouwers van de Nassaus hanteerden als er ergens in de nieuwe polder een dorp moest komen. Ooltgensplaat, Klundert en Colijnsplaat zijn er voorbeelden van. De geschiedenis van zuidwest-Nederland bestaat uit 2000 jaar landschapsvernieuwing, 1000 jaar door de elementen, 1000 jaar door de mens. En nog altijd wordt er gewerkt aan de vormgeving van de delta.

De mislukkingen.
Die waren er, door allerlei oorzaken, natuurlijk ook. De ondergang van de Grote Waard, nu de Biesbosch, in 1421 is er een voorbeeld van. Omdat Dordrecht en Geertruidenberg elkaar het licht in de ogen niet gunden en geld liever aan de Hoekse en Kabeljauwse twisten besteden en dus aan hun legertjes en niet aan de dijken. En omdat winstbeluste, kortzichtige lieden toestonden dat het veen werd afgegraven ter wille van turf- en zoutproductie. Dardoor werden de dijken min of meer ondergraven. Een catastrofe was ook de ondergang van Reimerswaal, een stad die al voor 1200 bestond en die op 5 november 1530 op een steeds verder afbrokkelend eiland kwam te liggen. Door nieuwe overstromingen zakten de stadsmuren omver. In 1631 trokken de meeste bewoners weg. In 1634 was er een publieke verkoping van de resten van deze eens zo trotse stad. Dan is er het verlies van Saaftinghe door overstroming en oorlogsgeweld. In 1584 liet Marnix van St Aldegonde, burgemeester van Antwerpen, de dijken van Saaftinghe doorsteken om de stad te beschermen tegen de Spanjaarden. Aan deze dichter van het Wilhelmus danken we nu een schitterend natuurgebied.

De vergeten eilanden
Neem Wulpen voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen, Stuivezand ten zuiden van Zuid-Beveland en Bommenede, ten noorden van Brouwershaven, dat in 1684, 100 jaar na een moordend beleg door de Spanjaarden (1575), aan het water werd teruggegeven. En Orisant, op de bodem van de Oosterschelde. Orisant is de belangrijkste waterstaatkundige mislukking van de Nassaus. Maria van Nassau, de oudste zuster van Willem van Oranje, stak er samen met haar broer Filips-Willem veel geld en energie in. In 1598 toen de economie van de Lage Landen, ondanks de Tachtigjarige Oorlog, bloeide financierde het duo de herdijking van Noord-Beveland (verdronken sinds 1530). Orisant lag als een hoog opgewassen schor te lonken in de monding van de Oosterschelde. Er woonden alleen een paar herders. Landmeters lieten zich naar het schor roeien en zetten een polder uit. In 1602 kwam het dijkersleger. Pieter Stoffelsz van Mattemburgh organiseerde namens Maria van Nassau een verpachting van de grond en zorgde voor een bestuur op het eiland. Hans van Damme werd er de eerste schout.

Pest, hongersnood, dijkvallen en dijkbreuken teisterden de pioniers van Orisant. In 1609 hield de schout het voor gezien. Armlastig geworden, vluchtte hij naar Walcheren. In 1625 keerde hij terug in Colijnsplaat. De tussenliggende jaren waren voor Orisant één lange martelgang. Door dijk- en oevervallen en steeds opnieuw binnenwaarts aanleggen van nieuwe dijken, werd het eiland steeds kleiner. Rond 1634 vertrokken de meeste volhardende pachters. In 1639 stierf ex-schout Van Damme in Colijnsplaat. Hij sleet zijn laatste jaren glansloos en in armoe; als hondenwachter in de kerk. Een paar maanden na zijn dood maakte de zee, bijna achteloos, een einde aan het tragische bestaan van Orisant.


Het leven van Orisant

200 De Oosterschelde is nog en smalle stroom die ergens ter hoogte van het huidige Burghsluis in zee uitmondt. Ten noorden van Colijnsplaat beschikken de Romeinen over de haven Ganuenta. Er staat een tempel gewijd aan de godin Nehalennia, ongeveer op de zuidoostelijke punt van het latere eiland Orisant.
400 De zee breekt door de duinengordel van de Zeeuwse delta. Er vormt zich een archipel van schorren en zandbanken. Vanuit hogere grond in Brabant en Vlaanderen komen herders het gebied in. De duinen van Schouwen blijven droog en bewoond.
1100 De eerste bedijkingen in Zeeland.
1300 Het eiland Orisant komt als de droogte Worighesant voor het eerst voor op oude kaarten. De droogte kleeft tegen Noord-Beveland aan. Dat is op dat moment een 'eiland' van met dijken aan elkaar geknoopte polders. Tussen Noord-Beveland en Worighesant loopt een smalle stroom: Het Fael. In die geul ligt een driehoekige zandplaat: de Vijsse. Later zal deze plaat zijn naam geven aan de grote kreek die dwars door het ingepolderde eiland Orisant loopt. In die tijd betreden de eerste herders Orisant.
13 april 1361 Margaretha van Moermond en Wouter van Heemskerck, adellijke grootgrondbezitters op Schouwen,nemen de schorren van Orisant over van hertog Albrecht van Beieren. Een paar dagen later besluiten enkele andere Zeeuwse edelen om met toestemming van Van Heemskerck en zijn vrouw de schorren van Orisant in te polderen. Van die hele onderneming komt niets terecht.
24 mei 1408
Hertog Jan van Brabant, op dat moment bezitter van Orisant, doet dit onroerend goed over aan de Zeeuwse edelman Claes van Borsselen. En die doet er verder niks mee.
1423 Orisant wordt eigendom van Philips van Borsselen, een losbol die overal een spoor van schulden nalaat.
1483 Vanuit Vlaanderen en vanaf de Brabantse wal rukken de bedijkers op. In West-Brabant begint Engelbert II van Nassau met de bedijking van de polder Niervaart, het latere Klundert.
1400-1500 De Oosterschelde vreet een gat in de zuidwal van Schouwen-Duiveland. Tientallen dorpen en gehuchten verdwijnen spoorloos in het diepe.
5 november 1530 De eerste grote overstroming van de bloeiende stad Reimerswaal in het oostelijk deel van de Oosterschelde. De heer van Lodijke wil het water een haven uit laten schuren. Zijn dorp en zijn kasteel verdwijnen voor altijd in de donkere Oosterschelde: in het Gat van Lodijke. Ook Noord-Beveland gaat ten onder en blijft bijna zeventig jaar drijvend.
1 november 1532 Opnieuw overstroomt Reimerswaal en omgeving.
12 januari 1551 Derde overstroming van Reimerswaal. De laatste bewoners verlaten de stad.
1581 In Zierikzee tekent kaartenmaker Levien Ruta een van de eerst bekende kaarten van het 'herderseiland' Orisant
1595 Plannen om Noord-Beveland opnieuw te bedijken.
1597 Eerste plannen om Orisant in de polder, een initiatief van Maria van Nassau.
1598 Inpoldering van Noord-Beveland.
11 juni 1601 Een aantal potentiele investeerders laat zich naar Orisant roeien.
143 november 1601 De Staten van Zeeland geven toestemming om Orisant in te polderen.
maart 1602 De inpoldering van Oriant begint
september 1602
Verpachting gronden op Orisant.
20 november 1602 De financiers drinken met projectleider Pieter Stoffelsz van Mattemburgh in het Nassaukasteel in Sint Maartensdijk een borrel op de goede afloop.
1603 Op Orisant heerst de pest.
1604 Verschillende dijk- en oevervallen op Orisant.
1605 en 1606 Herhaalde dijk-en oevervallen op Orisant.
1608 Pachter Jan Immertsz verliest een deel van zijn weiden bij een dijkval aan de noordkant van Orisant. Hongersnood op het eiland.
1609 De pachters op Orisant kunnen het eiland niet op eigen kracht droog houden. De toestand is uitzichtloos. Schout Hans van Damme vertrekt. Op het eiland blijven drie families achter.
1610 Jasper van Clootwijck, een telg uit een notabelengeslacht in Geertruidenberg wordt rentmeester van Noord-Beveland en van Orisant.
april 1611 Op Orisant wordt een inlaag buitengedijkt. Er gaat anderhalve hectare grond verloren.
1614 De akkers op Orisant liggen er overwoekerd en vervuild bij. Veel huizen zijn onbewoond en scheefgezakt.
1620 Nieuwe dijkvallen op Orisant
1625
Hans van Damme, voorheen schout te Orisant, duikt weer op in Colijnsplaat. Hij trouwt er met Janneke Lievensz, mogelijk afkomstig uit Arnemuiden.
17 oktober 1627 In Breda sterft Pieter Stoffelsz van Mattemburgh, als rentmeester van de Nassaus was hij de 'projectontwikkelaar' die zowel Noord-Beveland als Orisant liet bedijken.
1634 Opnieuw verlaten de pachters Orisant. Ze voorzien dat het eiland niet te redden zal zijn.
1637 Van 742 gemeten die in 1602 zijn ingepolderd, zijn nog slechts 175 droog land over.
2 juni 1639 Hans van Damme wordt 'van den armen' begraven in Colijnsplaat.
11 november 1639 De dijken van Orisant breken. Het eiland is definitief verloren.
1664 De kronieken melden de aanwezigheid van enkele herders op de schorren van Orisant.
1687 Een ambtenaar van de provincie Zeeland beschrijft Orisant als een in zee liggende zandplaat.
1700-1900 De oude geul Het Fael tussen Orisant en Noord-Beveland schuurt uit tot een diepte van 10 tot 27 meter. De plaat aan de noordkant, voorheen Orisant, heet nu de Vuilbaard.
14 april 1970 De Thoolse visser K. J. Bout haalt met de netten van zijn garnalenkotter TH 6 Johanna Cornelia bij boei 10 van de Schaar van Colijnsplaat twee Nehalennia-altaren boven. Boei 10 ligt op de zuidoostelijke punt van het vroegere Orisant.
juni 2000 Duikers vinden in de Schaar van Colijnsplaat resten van Romeinse bebouwing.

Lijst van oude dorpen en gehuchten in Zeeuws-Vlaanderenen Beveland

Axel Overstroomd in 1606 en 1808, maar direct op dezelfde plaats herbouwd.
Herkesteyn Verdronken en/of verbrande nederzetting met kasteel op Schouwen-Duiveland.
Orisant Eiland in de Oosterschelde. Ingepolderd in 1602, verdronken in 1639. Het dorp Orisant lag aan de zuidkant van het eiland op de linkeroever van de afgedamde kreek de Vijsse.

Oudeman (ook Waterland)

Verdronken dorp in de Oudemanspolder bij voorheen de gemeente IJzendijke. Verdween rond 1500.
Ouderdinge Verdronken dorp in het Land van Reimerswaal. Ouderinge lag ten noordoosten van Rilland. Het dorp werd voor het eerst genoemd in 1288. De kerk van Ouderdinge was gewijd aan St Jacobus en aan de Heilige Maagd. Ouderdinge verdronk in 1530.
Oud-Arnemuiden (2 keer) Het dorp Arnemuiden komt in 1223 voor het eerst in geschreven bronnen voor. Volgens en stuk uit 1288 wilde Floris V het dorp stadsrechten geven, maar zover is het nooit gekomen. Omdat de stroom de Arne steeds westelijker kwam te liggen raakte het dorp bedreigd. Het werd rond 1440 door het water verzwolgen. Ongeveer twintig jaar bestond er een tweede Arnemuiden. Ook dat verdween in het water. In 1462 ontstond het derde en definitieve Arnemuiden.
Oud-Bath Lag enige kilometers oostelijk van het huidige Bath. Het verdronk in 1552
Oud-Breskens In 1510 werd de Groot-Breskenspolder bedijkt. Daar groeide tussen 1515 en 1585 een woonkern rond een kerk die gewijd was aan de Heilige Barbara. In 1585 verdronk het eerste Breskens door een inundatie die veroorzaakt werd door de bewoners van het nabij gelegen Groede. Pas in 1610 kwam het huidige Breskens tot ontwikkeling.
Oud-Domburg

Nederzetting die iets westelijk van het huidige Domburg lag. Door landinwaarts wandelende duinen is Oud-Domburg, ook wel Romeins Domburg genoemd, onder de duinen gewaaid en deels in zee terechtgekomen.

Oud-Everinge

Verdronken dorp ten westen van Ellewoutsdijk, in 1288 genoemd in de rekeningen van het bisdom Utrecht. De juiste ligging is niet bekend. Het dorp verdween tussen 1450 en 1500 in de Westerschelde.

Oud-Geersdijk

Dit dorp op Noord-Beveland was in 1216 een zelfstandige parochie. Het dorp verdween tijdens de vloeden van 1530 en 1532 in de golven. In de buurt van het verdronken dorp groeide na de inpoldering van Noord-Beveland in 1598 een nieuw Geersdijk.

Oud-Graauw In 1170 is het dorp Graauw in Zeeuws-Vlaanderen eigendom van de abdij van ter Duinen in Vlaanderen. Het dorp verdwijnt tijdens overstromingen in de zestiende eeuw. Een nieuw Graauw ontwikkelt zich na de bedijking van de nieuwe Melopolder in 1682.
Oud-Hamerstee

Verdronken dorp op Noord-Beveland. Het lag ten noorden van het huidige Kats. De kerk van Oud-Hamerstee werd in 1304 buitengedijkt en verdween in de Oosterschelde. Overblijfselen van Oud-Hamerstee kunnen nog op de schorren ten noorden van Kats worden aangetroffen. (wapen komt voor in Smallegange)

Oud-Kats

Subburchdijk heette het dorp dat we nu als Kats kennen. In 1530 ging het dorp ten onder. De kerk van het dorp was verantwoording schuldig aan de kerk van West-Souburg. Vandaar de naam Subburchdijk. In 1598 bij de herdijking van Noord-Beveland ontstond iets ten noorden van het verdronken dorp het huidige Kats.
Bij ruilverkavelingwerk in 1971 kwamen resten van het oude dorp Subburchdijk tevoorschijn.

Oud-Kortgene

Deze stad vinden we in 1247 voor het eerst in de archieven. De stormvloeden van 1530 en 1532 waren teveel voor Oud-Kortgene. Pas in 1684 werd het gebied herdijkt en ontstond het huidige Kortgene.

Oud-Krabbendijke

Hendrik van Schoten, heer van Breda deed in zijn tijd, de twaalfde eeuw, al in onroerend goed. Ten noorden van het huidige Krabbendijke op Zuid-Beveland bezat hij een verlaten schorrengebied. Dat deed hij in 1187 met een gul gebaar cadeau aan de abdij van Ter Doest in Brugge. De monniken, nijvere lieden, bedijkten het schor en stichtten er twee grote boerderijen. Daar groeide een klein dorp. De St.-Felixvloed van 5 november 1530 bleek de monniken te machtig. Krabbendijke ging ten onder. In 1595 werd na herdijking en nieuw Krabbendijke gesticht.

Oud-Othene

Dorpje oostelijk van Terneuzen. Het wordt in 1160 voor het eerst genoemd. Het dorp is in 1586 ten onder gegaan.

Oud-Rilland

De abdij van Nijvel moet in 980 al bezittingen in Rilland hebben gehad. Tot de dertiende eeuw was Rilland een eiland. Bij Rilland, aan de over van de Westerschelde stond een tol. Rillans ging in 1530 ten onder.
In de achttiende eeuw werd het huidige Rilland gesticht.

Oud-Schoondijke

Dit dorp wordt in 1246 voor het eerst genoemd als Sconendica. Tussen 1585 en 1587 kwam dit oude Schoondijke door oorlogshandelingen onder water te staan. Het dorp zou gelegen hebben op de plek van het oude kerkhof bij het huidige Schoondijke. Het nieuwe Schoondijke werd in 1652 gesticht volgens een strak geometrisch grondplan.

Oud-Stavenisse

De parochie Stavenisse wordt al in 1223 genoemd. De kerk was gewijd aan St. Maarten. In 1304 werd Stavenisse overstroomd. Na herdijking verdween het dorp in 1509 opnieuw in de golven. Het duurde tot 1599 eer een nieuwe inpoldering plaatsvond. Pas toen werd het huidige Stavenisse, geheel projectmatig, gesticht. Dit nieuwe Stavenisse is een voorstraatdorp. Zoals in soortgelijke dorpen in Zeeland en West-Brabant loopt de Voorstraat er van de kerk naar de haven.

Oud-IJzendijke

Verdronken stad in de Braakman. Oud-IJzendijke komt al in 1046 in de archieven voor. Het kreeg in 1127 stadsrechten. Het eerste IJzendijke ging in 1404 ten onder. In 1587 liet de Spaanse veldheer Parma twee kilometer ten zuidwesten van het oude IJzendijke een schans met vier bolwerken bouwen. Dat werd het begin van het IJzendijke zoals we dat nu nog kennen. Gesticht door de Spanjaarden, dus.

Oud-Westenschouwen Dit dorp heette aanvankelijk Paalvoetseinde. Het lag aan een kreek in een opening van de duinen op Schouwen. Oeverafslag tastte de beschermende duingordel aan. Oud-Westenschouwen verdween aan het eind van de vijftiende eeuw onder de zeespiegel.
Oud-Westkapelle

Verdronken handelsnederzetting die door oeverafslag in zee terechtgekomen is. In 1696 schreef M. Smallegange dat het oude Westkapelle al "meerdere eeuwen" in zee ligt en dat men "daar dagelijks den vis vangende is." Geschiedschrijvers meldden dat het oude Westkapelle in 1368 en 1377 overstroomde. De kerk van het oude Westkapelle moest in 1458 worden afgebroken omdat de ze de fundering naderde. Bij Westkapelle vond men in 1514 en altaar dat zowel aan de Germaanse god Magusanus als aan de Romeinse god Hercules gewijd was.

Oud-Wissenkerke (I)

Als zelfstandige parochie wordt Wissenkerke op Noord-Beveland al in 1242 genoemd
Het moet een flinke parochie geweest zijn, want er woonde volk genoeg om twee pastoors werk te geven. Waar het eerste Wissenkerke precies heeft gelegen is niet bekend. Na overstromingen in1352 is het dorp verplaatst naar de noordhoek van de huidige Geersdijkpolder.

Oud-Wissenkerke (II)

Ook het tweede Wissenkerke ging door het water ten onder. Het overstroomde tijdens de stormvloed van 1530. De toren van het oude Wissenkerke bleef nog lange tijd overeind staan. In de volksmond heette dit restant de Plompe of Kamperlandse toren. De Torenpolder dankt er zijn naam aan. In 1755 werd de bouwval opgeruimd. In 1774 werd er bij de Torenhoeve een gedenksteen geplaatst die herinnert aan de toren.

Pakinge (ook St.- Laurenskerke)

Dorp ten noordwesten van Hoek in Zeeuws-Vlaanderen tussen twee andere verdronken dorpen: Wevelswale en Vremdijke. Van Pakinge weten we dat er, behalve huizen of hutten, ook twee schaapskooien hebben gestaan. Pakinge ging in 1214 ten onder in de golven van de Braakman. Na die tijd staat Pakinge als pro memorie in de boeken.

Peerboom

Verdronken dorp in de Braakman. Peerboom lag ten zuiden van Sluiskil. De eerste vermelding dateert uit 1250. De Vlaamse abdij van Ter Duinen had er in 1240 een uithof, en grote boerderij. Aan deze uithof was ook een hospitaal verbonden. Oorlogsgeweld bezegelde het lot van het dorp Peerboom. In 1488 voerde Maximiliaan van Oostenrijk een oorlog in het huidige Zeeuws-Vlaanderen. Peerboom moest verlaten worden vanwege inundaties. De stormvloed van 1493 bezegelde het lot van Peerboom.

Pelkem Niet nader te lokaliseren parochie bij IJzendijke (Archief St.-Janshospitaal te Brugge).
Poppendijke

Gehucht in het Verdronken Land van Reimerswaal.

Reimerswaal

Het verdronken Reimerswaal was destijds de derde stad van Zeeland. Het verdronk in 1530 en ging in 1634 definitief ten onder.

Remboudsdorpe

Een van de vier verdronken dorpen van het vrij dichtbevolkte eiland Wulpen. Remboudsdorpe ging voor 1345 verloren.

Rengerskerke

Verdwenen en verdronken dorp in het Zuidland van Schouwen. Bij Rengerskerke stond het in 1479 gestichte klooster van de Regulieren van Bethlehem, behorend tot de congregatie van Sion. Niet lang, de Oosterschelde rukte op. De kanunniken moesten in 1486 al verhuizen. In 1662 was het dorp totaal verdwenen.

Risinge

Gehucht op het voormalige eiland Borssele. Verdronken tijdens de stormvloeden van 1530 en 1532.

Rodee

De buurtschap lag enkele honderden meters westelijk van het havenhoofd van Zierikzee. De laatste woningen van Rodee werden in 1642 afgebroken. Kort daarop sloot het water van de Oosterschelde zich boven dit dorpje.

Runckendorp
Ruschevliet (ook Rusgefleta, Ruschflite)

Verdwenen en verdronken dorp ten zuidwesten van Schoondijke. Rond 1150 stroomde in West-Zeeuws-Vlaanderen in het gebied tussen Schoondijk en Oostburg het riviertje Rusgefleta. In die jaren kocht de Gentse abdij van St.-Pieters grond langs de Rusgefleta. Het ging om landbouwgrond en om moergrond. De abdij organiseerde er het kerkelijk bestuur in een proosdij.

Saeftinghe De stad Saeftinghe ging lag bij het kasteel van Saeftinghe. Het ging in 1214 al een keer bij een hoge vloed ten onder. De oudste melding over Saeftinghe is een oorkonde uit 821 van Lodewijk de Vrome van Frankrijk. Hij bevestigt met dat stuk zijn bezit. Na een verwoestende overstroming in 1334 verviel Saeftinghe tot een dorp. Het kasteel van Saeftinghe werd in het begin van de zestiende eeuw door de Antwerpenaren verwoest. Rond 1930 zag Gustaaf de Maaijer (Staf de Sterke) uit Nieuw-Namen de fundamenten van het kasteel bij eb nog boven water komen.

Scaltheim

Mysterieuze nederzetting uit de negende eeuw. Lag voor de kust van Schouwen. In zee verdwenen door het terugtrekken van de kust.

Schoneveld (Sconeveld)

In de monding van de Westerschelde lagen in de Middeleeuwen een aantal eilanden. Een ervan was Schoneveld. In de tijd dat Gwijde van Dampierre graaf van Vlaanderen was, 1278-1305, moet er een dorpje en zelfs een buitenplaats hebben gelegen. De stormvloed van 1375 brak de dijken van Schoneveld. Het raakte overstroomd en komt daarna niet meer in de bronnen voor. De zandbank die nu op de plaats van het eiland ligt, heet nog altijd de Schoneveldbank.

Schoudee

Dorp in het westelijk deel van het Verdronken Land van Reimerswaal. Ondergegaan in 1530-1532.

Simonskerke

Voor 1500 verdronken dorp aan de zuidkust van Schouwen

St.-Catharina (ook St.-Cathelijne)

Verdronken dorp bij het huidige Oostburg. Het dorp lag aan de zuidzijde van het water dat we nu kennen als het Grote Gat. De Gentse St.- Pietersabdij inde er belastingen. Tijdens de stormvloed van 1375/1376 verdween het dorp onder water. Het herstelde zich en de kerk werd rond 1400 weer herbouwd. Het dorp verdween in 1583. Het gebied waar het dorp zich ooit bevond, heet nu de Cathalijnepolder. In 1962 werden bij werkzaamheden resten van de kerk en van huizen in de grond aangetroffen.

St.-Christoffelskapelle

Kleine nederzetting in de Yevenpolder in Zeeuws-Vlaanderen. Het lag in de buurt van Gaternesse. De Yevenpolder verdronk eind zestiende eeuw. Toen verdween ook St.- Christoffelskapelle.

St.-Jacobskerke Voor 1500 aan Oosterschelde prijsgegeven dorp in het gebied Zuidland op Schouwen.
St.-Janscapelle Het dorp St.-Janscapelle lag rond 1300 ten westen van Sas van Gent. Uit opgravingen in 1979 bleek dat het een welvarende gemeenschap geweest moest zijn. Het dorp verdween door en overstroming in 1488.
St.-Jooskapel

Verdronken gehucht in het land van Reimerswaal. St.-Jooskapel ging in 1530 ten onder.

St.-Katherijnekerke

Verdronken dorp en parochie op het voormalige eiland van Borssele. De kerk stond er al voor 1275. De stormvloeden van 1530 en 1532 betekenden de ondergang van St. Katherijnekerke.

St.-Kruispolder

Verdronken parochiedorp bij Aardenburg. Het ging in 1375/1376 ten onder.

St.-Lambert-Wulpen

Dorp op het eiland Wulpen. Het eiland lag voor de kust van Zeeuws-Vlaanderen. Het eiland Wulpen telde vier dorpen. Het had een eigen hospitaal. In 1292 werd het aangeduid als: "Sancte Marie in Wlpis." Wulpen werd voortdurend door stormen en overstromingen bedreigd. In 1516 was St.-Lambert-Wulpen het laatste dorp van het eiland dat door de zee werd verwoest.

St.-Laurenskerke Verdronken dorp in de Braakman

St.-Nicolaas in Varne (Vaerne of Langaardenburg)

Een oud stadje in het grensgebied van Zeeuws-Vlaanderen en Belgie. St.-Nicolaas in Varne beschikte in 1252 zelfs over een eigen schepenbank.
De bewoners van St.-Nicolaas in Varne moeten gedacht hebben dat ze in het voorportaal van de hel woonden. Hun dorp lag ten zuidwesten van IJzendijke in Zeeuws-Vlaanderen. Het was een moerassige, verlaten, woeste streek, het einde van het land, door velen gezien als het begin van de onderwereld. In Varne kwam volgens sommigen van Averno, een meer in Italië waar aldus de overlevering de onderwereld begon. Andere bronnen houden het er eenvoudig op dat varne is afgeleid van varnte, en oud woord voor onkruid.
Hoe dan ook, het dorp met de mooie naam verdronk in 1377 en liet niets achter dan een enkele naamsvermelding in officiële stukken.

St.-Trooye Verdronk nederzetting op Zuid-Beveland
Slepeldamme

Gehucht op voormalig havenhoofd van Aardenburg. Er lag en sluis. Ook was er een tolkantoor voor de scheepvaart van en naar Aardenburg. Via Slepeldamme werd veel vee en graan aangevoerd uit Holland en Zeeland. In 1280 promoveerde Slepeldamme tot tolkantoor van Damme. Het dorpje ging door inundaties in 1583 en 1604 voorgoed verloren

Soetelingkercke (ook Soelekerke, Zoelenkerke, waarschijnlijk ook Soeke)

Verdronken dorp op Noord-Beveland. De kerk dateerde er uit 1206. Het dorp Soetelingkerke lag in het zuidwesten van het oude Noord-Beveland. Dat verdronk in 1530 en 1532. Na herdijking werd het gebied van Soetelingkercke bij Wissenkerke gevoegd.
Stampaert

Dorp in het Verdronken Land van Saeftinghe

Stardijk

Verdronken nederzetting in Zeeuws-Vlaanderen, rond 1300. Het gehucht Stardijk lag in de buurt van Boterzande in de huidige Braakman.

Steelant

Dorp ten zuidwesten van Terneuzen, richting Sluiskil. Het was in 1199 een parochie. De kerk behoorde aan het kapittel van St.-Salvator te Utrecht. Steeland telde in 1469 95 woningen. Het dorp liep in de veertiende eeuw onder water en verdween in 1488 definitief in de oprukkende Braakman.

Steelvliet

Dorp in het Verdronken Land van Reimerswaal. Het ging bij de vloeden van 1530 en 1532 ten onder.

Stuivezand

Verdronken dorp en parochie ten zuiden van Baarland. Stuivezand werd tussen 1370 en 1375 bedijkt in opdracht van de Hollandse graaf Willem V. Omdat de geulen van de Westerschelde die toen nog de Honte heette, meer en meer tegen de Bevelandse wal drukte, kreeg Stuivezand met veel dijkdoorbraken te maken. In 1525 werd de Dierik, een stroomgeul tussen Stuivezand en het vasteland van Zuid-Beveland, afgedamd. De bewoners van Stuivezand konden nu te voet naar het land van Borssele en Baarland. Dat deden ze ook. En de meesten kwamen niet meer terug. Zeker niet na de vloeden van 1532, 1552 en 1570. Overstromingen maakten het eiland steeds kleiner. Het laatste stukje Stuivezand verdween in het begin van de zeventiende eeuw definitief onder water.

Sypenesse Vermoedelijk verdronken heerlijkheid bij Tholen. Het wapen van Sypenesse komt voor op de wapenkaart van M. Smallegange in diens Nieuwe Cronyck van Zeeland(1696)
Ten Hamer

Dorp tussen Biervliet en IJzendijke. De parochie Ten Hamer wordt in 1194 voor het eerst vermeld. Veel grond in de omgeving van het dorp was eigendom van graaf Boudewijn IX van Vlaanderen. Die bemoeide zich er niet echt mee. Hij hield van warmer streken, nam deel aan de vierde Kruistocht en werd keizer van Constantinopel. Hij werd op terugreis gevangen genomen door de Bulgaren. Zijn broer Hendrik volgde hem op. Hij gebruikte de bewoners van Ten Hamer als eigendomsverzekering. Zo boerden bij Ten Hamer Walter van Monnickenwerve en de gebroeders Jacob en Boudewijn van IJzendijke. Ze hadden er grond in leen. Dat schepte wel verplichtingen. De bewoners van Ten Hamer moesten zijn eigendommen van heer Hendrik bewaken. In geval van nood waren ze gedwongen om als dorpsmilitie gewapend met hem op te rukken. Daar stond weinig tegenover. Zo kreeg het dorp geen eigen rechtspraak in de vorm van een schepenbank. Het simpele dorp Ten Hamer ging ten onder tijdens de stormvloed van 1375/1376

Ter Hoole

Gehucht in het Land van Saeftinghe. Ter Hoole lag in de buurt van het eveneens verdronken dorp Weele.

Ter Piet

Gehucht of dorp in Zeeuws-Vlaanderen. Ter Piet lag ten noorden van Biervliet. Het gebied rond Ter Piet kwam in 1242 in bezit van de St.-Pietersabdij. De bewoners van Ter Piet waren kleine boeren. Ze specialiseerden zich in het verbouwen van tarwe en meekrap. Elk jaar moest ze belasting, grondcijns, afdragen aan de grondeigenaren in Gent. Een deel van dat geld kwam ten goede aan de plaatselijke pastoor en diens koster. Uit de archieven blijkt dat het boeren van Ter Piet niet altijd meezat. Regelmatig konden ze hun grondcijns niet volledig betalen. De abt van de St.-Pieter stuurde dan onmiddellijk een bode te paard naar Biervliet. Die bereden deurwaarder moest er voor zorgen dat het volk van Ter Piet tot de laatste penning betaalde.
Ter Piet verdween tijdens de stormvloed van 8 oktober 1375 in de Braakman, toen de Zuudzee genoemd.

Tewijk (ook Tevewijc Thevic, Tewic, Tevicambacht)

Verdronken dorp op het voormalige eiland Borssele. Het dorp lag ten noorden van het dorp Monster, het tegenwoordige Borssele. Tewijk wordt al voor 1275 als parochie genoemd. De kerk was gewijd aan Johannes de Doper. Overblijfselen van Tewijk zijn teruggevonden op de grens van Borsselepolder en de Nieuw-Westkraaijertpolder.

Tolsende (ook Tolseynde, Totelsende, Tholsende)

Dorp in het Verdronken land van Reimerswaal. Het dorp Tolsende ontstond in een twaalfde eeuwse bedijking ten oosten van Yerseke. Tolsende wordt voor het eerst genoemd in 1275. Stormvloeden gingen er regelmatig tekeer. In 1439 is Tolsende als onroerend goed van symbolische waarde geworden. Het staat te boek als een verloren ambacht. Na herdijking verdween het dorp definitief tijdens de vloeden van 1530 en 1532. In 1656 en 1669 zijn kleine stukken van het verdronken Tolsende herdijkt en bij Kruiningen en Yerseke gevoegd. De naam leeft nog altijd voort in de Olzendepolder ten zuiden van Yerseke.

Triniteit

Maria van Artois, de weduwe van graaf Jan van Namen stichtte op 19 september 1336 het dorp Triniteit ten zuiden van Terneuzen. Ze beloofde aan Jan van Diest, de bisschop van Utrecht dat driekwart van de plaatselijke belastingopbrengsten naar de pastoor zouden gaan, Een kwart was bestemd voor de inrichting en het onderhoud van een hospitaal. De bisschop vond het prima. Hij wilde de kerk wel inwijden. Of de adellijke Maria dan maar een bijdrage wilde leveren aan de bouw van de kerk. Haar zoon Willem had ook een eis: hij wilde voor hem en zijn opvolgers het erfrecht om pastoors te mogen benoemen. De bisschop deed er niet moeilijk over.
Op 21 januari 1340 was het zover en wijdde een plaatsvervanger van de bisschop de kerk in Maria van Namen presenteerde eerste pastoor: Johannes Boudweijnsz. De nieuwe parochie kreeg nog een bijzondere attractie: wie de kerk bezocht, in devotie om het kerkhof liep en de kerk enige aalmoezen schonk kon rekenen op afkoop van zonden: een aflaat van veertig dagen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog was Triniteit slagveldzone. Het dorp verdween in 1584 en 1585 door militaire inundaties onder water. De kerk stond er toen nog. De katholieken waren er hun gezag toen al kwijt. Lieven Coenen werd rond 1580 de eerste dominee van Triniteit

Tubendic Vermeld in 1025. In dat jaar verkreeg de St.-Pietersabdij het gehucht Tubendic in de buurt van Oostburg. Tubendic is de oudste dijknaam in West-Zeeuws-Vlaanderen
Valkenisse Valkenisse lag ten zuidoosten van Waarde. De kerk van Valkenisse werd in 1233 gewijd en behoorde tot het kapittel van Oudmunster te Utrecht. Valkenisse verdween in 1682 in de Westerschelde.
Vinkenisse

Voormalig dorp op Zuid-Beveland. In Vinkenisse stond een kapel die gewijd was aan St.- Cornelis.Vinkenisse door de vloed van 1 november 1530 verzwolgen. Vinkenisse ligt in de Westerschelde ten zuiden van de Zimmermanpolder bij Waarde.    

Vinninge Verdronken dorp ten zuiden van Biezelinge in de Westerschelde. Vinninge lag op het voormalige eiland Baarland. De kerk van Vinninge was gewijd aan de Heilige Maria. Vinkenisse was destijds tot in Rome bekend, want het wordt in 1216 genoemd in een pauselijke oorkonde. Vinninge is waarschijnlijk door de vloed van 1530 ten onder gegaan.
Vliete (ook Nyenvliet)

Het dorpje Vliete was bekend als vissersplaats. Vliete lag ten westen van Wijtvliet op Noord-Beveland. Er stond een St.-Catherinakapel. Volgens Reygersbergh heeft er ook een kasteel gestaan. Vliete verdronk in 1530.

Vremdijke (ook Vroondijk, Vremdic, Frondic, Vrandic)

In 1114 had de Gentse abdij van St.- Pieter al onroerend goed in Vremdijke. De kerk van Vremdijke was gewijd aan St.-Basilius.Door stormvloeden in de veertiende en de vijftiende eeuw verdwenen veel landerijen in de Braakman. Ook Vremdijke ging in1488 ten onder. Een paar jaar later werd er, na een herdijking een nieuw Vremdijke gesticht (1515). In 1579 bekeerde pastoor Michael Struv van Vremdijke zich tot het protestantse geloof. Dat ging hem niet helemaal glad af. Bij een onderzoek bleek dat de ex-pastoor niet goed thuis was in de rituelen van de nieuwe leer. Hij werd op cursus gestuurd naar het strengcalvinistische Gent. De ouderlingen van Vremdijke vroegen om een nieuwe predikant. Dat werd Lieven Koene. Na 1590, toen prins Maurits Zeeuws-Vlaanderen had veroverd, werd de regio een soort missiegebied. Vremdijke, Terneuzen en Biervliet kregen samen een predikant. Om van Terneuzen naar Biervliet te raken moest hij achter om de Braakman reizen, via Philippine. In 1592 was die predikant Johannes Bollius, een in Gent getrainde predikant. Hij woonde in Vremdijke. Tijdens een stormvloed in de nacht van 25 op 26 november 1601 brak de Braakman opnieuw door de dijken heen. Het dorp Vremdijke overstroomde. Veel inwoners verdronken. Dominee Bollius overleefde de nachtelijke catastrofe. Hij vluchtte landinwaarts op zoek naar een droge plek. Hij kwam in het nog nieuwe Mauritsfort terecht. Hij bouwde daar al snel een nieuwe kerk en organiseerde er de gemeente Hoek.

Waterdunen

Waterdunen is een van de meest mysterieuze stadjes uit de Zeeuwse geschiedenis. Het moet op een eiland in de monding van de Westerschelde gelegen hebben. Dat eiland lag tussen de eilanden Wulpen en Koezand, voor de kust van het huidige Zeeuws-Vlaanderen. Uit oude belastingarchieven blijkt dat Waterdunen van redelijk grote omvang was. Waterdunen betaalde meer belasting dan IJzendijke en Biervliet. Volgens de annalen is Waterdunen in 1357 door de zee verzwolgen. Nadien zou er, na herdijking, op het eiland opnieuw een parochie zijn gesticht. Dit tweede Waterdunen verdween op het eind van de vijftiende eeuw in de golven van de Noordzee.

Weele

Verdronken dorp op Noord-Beveland. Weele lag ten noorden van Wissenkerke. Het wordt voor het eerst in 1395 vermeld. De kerk van Weele behoorde tot het kapittel van St.- Pieter in Utrecht. Het dorp ging tijdens de stormvloed van 1530 ten onder. Het gebied van het vroeger Weele is na herdijking bij Wissenkerke gevoegd en ligt nu in de Torenpolder.

Welle

Verdronken dorp op Noord-Beveland. De kerk van Welle was al in 1162 in bezit van de abdij van Middelburg. Welle verdronk in 1530. Na de herdijking van Noord-Beveland in 1598 is het gebied van Welle bij Colijnsplaat gevoegd.

Weldamme

Na 1600 in Oosterschelde verzonken dorpje bij Zierikzee.

Welland

Nederzetting en kasteel bij Noordwelle op Schouwen-Duiveland. Door overstromingen in 1421 en 1424 vernield en verdwenen.

Westende Een van de vier verdronken dorpen op het eiland Wulpen, verdween rond 1570

Westkerke (1) (ook Raaskerke)

Verdronken dorp op het voormalige eiland van Borssele. Westkerke ging tijdens de stormvloed van 1530 ten onder. Het dorp ligt in de Westerschelde ten zuidwesten van Borssele.
Westkerke (2)

Verdronken dorp ten westen van Oud-Sabbinge op het toenmalige eiland Wolphaartsdijk.
Dit Westkerke verdronk op 16 november 1377. Het gebied waar het dorp lag, werd in 1665 opnieuw bedijkt. Het heet sindsdien de Westerlandpolder. In 1975 zijn restanten van het dorp Westkerke ontdekt op een plek ten westen van de boerderij Hof Westkerke. Het ging om sarcofagen, grafzerken, grafstenen en muurwerk van de vroegere kerk.

Westkerke (3)

Verdronken dorp in het Zuidland van Schouwen. Dit Westkerke lang ten zuiden van de Coudekerke, dus zuid van de huidige Plompe Toren die in de Oosterscheldedijk staat.

Wevelswale

Kustdorp aan de Westerschelde ten noorden van Hoek in Zeeuws-Vlaanderen. De St.-Baafsabdij te Gent had een boerderij in Wevelswale. Het dorp wordt voor het eerst in 1170 genoemd. Het werd beschermd door de Monniksdijk. Wevelswale lag in de monding van de huidige Braakman, ongeveer waar nu de Braakmanhaven ligt, westelijk van de Nieuw-Neuzenpolder (Dow Chemical). Een rijke boer, en zekere Arnoldus van Evergem mocht rond 1170 belasting innen in Wevelswale. Dat gebeurde naar gewoonte in natura. Een probleem, want Arnoldus had problemen met het vervoer van zijn ontvangen belasting, de tienden, naar zijn ver zuidelijk gelegen hoeve bij Evergem. Dus ruilde hij het recht op tiendheffing in Wevelswale met de grootgrondbezitters van de Gentse St.- Baafsabdij. Hij kreeg er een tiend bij Evergem voor terug. Een andere boer in Wevelswale was Dirk Cleyland. Hij bezat er rond 1268 een ridderhofstede. Wevelswale verdronk in 1375/1376 in de Braakman.

Willemskerke Verdronken dorp in de Braakman
Wiksdorp

Verdwenen dorp ten noorden van Braasdorp in de Poel

Wolfertsdorp

Verdronken dorp op het voormalige eiland Borssele. De eerste vermelding van Wolfertsdorp dateert uit 1353. Het lag ten zuidoosten van Monster, het tegenwoordige Borssele. Kort na de stormvloed van 1530 werd het dorp als "geheel weggeschuert" vermeld.

Yersekeroord

Nederzetting in het Land van Reimerswaal. Waar de Schelde ter hoogte van Bergen op Zoom een bocht naar het westen maakte stond het tolhuis van Yersekeroord. Op oude kaarten wordt het als een stenen burcht aangegeven. Yersekeroord verdronk tijdens de stormvloeden van 1530 en 1532.

Zuidkerke

Zuidkerke was het belangrijkste dorp van Zuidland, het gebied aan de zuidkant van Schouwen dat aan het eind van de Middeleeuwen door de agressieve Oosterschelde werd weggevreten.
Zuidkerke werd al rond 1250 genoemd.

Zwartewale(ook Swartewaal, Swartewiel)

Gehucht in het Land van Reimerswaal. Het lag tussen Duvenee en Nieuwkerke Zwartewale verdronk tijdens de vloeden van 1530 en 1532.


Vlag van Zeeland Wapen van Zeeland

Wapen van Terneuzen Wapen van Borssele Wapen van 's-Gravenpolder
 
Wapen van Krabbendijke Wapen van Schore  
     


Provincie Zeeland (ca 1865)


Provincie Zeeland (ca 1658)


Nederland (ca 1600)


 

Zeeuwsch Volkslied

Geen dierder plek voor ons op aard,
Geen oord ter wereld meer ons waard,
Dan waar beschermd door dijk en duin,
Ons toelacht veld en bosch en tuin;
Waar steeds d'aloude Eendracht woont
En welvaart 's landmans werk bekroont,
Waar klinkt des Leeuwen forsche stem:
"Ik worstel moedig en ontzwem!"

Het land, dat fier zijn zonen prijst,
En ons met trots de namen wijst
Van Bestevaer en Joost de Moor,
Die blinken zullen d'eeuwen door;
Waarvan in de historieblaên
De Evertsen en Bankert staan,
Dat immerhoog in eere houdt
Den onverschrokken Naerebout.

Gij Zeeland, zijt ons eigen land,
Wij dulden hier geen vreemde hand,
Die over ons regeeren zou,
Aan onze vrijheid zijn wij trouw.
Wij hebben slechts één enk'le keus:
"Oranje en Zeeland!" da's de leus!
Zoo blijven wij met hart en mond,
Met lijf en ziel: goed Zeeuwsch goed rond.

Zeeuws-Vlaams Volkslied

Waar eens 't gekrijsch der meeuwen,
verstierf aan 't eenzaam strand.
Daar schiepen zich de Zeeuwen
Uit schor en slik hun land.
En kwam de stormwind woeden,
hen dreigend met verderf,
dan keerden zij de vloeden
van 't pas gewonnen erf.

Refrein:

Van d'Ee tot Hontenisse,
Van Hulst tot aan Cadzand,
Dat is ons eigen landje
maar deel van Nederland!

Waar eens de zeeën braken
Met donderend gedruisch,
Daar glimmen nu daken
En lispelt bladgesuis.
Daar trekt de ploeg de voren,
Daar klinkt de zicht in 't graan,
Daar ziet men 't Zeeuwsche koren,
Het allerschoonste staan.

Refrein.

Daar klappen rappe tongen
Den ganschen lieven dag,
Daar klinkt uit frische longen
Gejok en gulle lach.
Daar klinkt de echte landstaal,
Geleerd uit moeders mond,
Eenvoudig, zonder omhaal,
Goed Zeeuwsch en dus goed rond.

Refrein.

Daar werd de oude zede
Getrouwelijk bewaard,
En 't huis in dorp en steden,
Bleef zuiver Zeeuwsch van aard.
Daar leeft men zoo eendrachtig
En vrij van drief krakeel,
Daar dankt men God almachtig
Voor 't toegemeten deel.

Refrein.

De worstelstrijd met Spanje
Bracht ons het hoogste goed,
De vrijheid door Oranje,
Betaald met hartebloed.
Dat goed gaat nooit verloren,
De Nederlandsche vlag
Zal wapperen van de toren
Tot op den jongsten dag.

Refrein.

Het Neuzenlied

Waar der Schelde zwaarste golven,
Stormden op het landschap aan.
Waar zij dorpen heeft bedolven,
Daar vond Neuzen zijn ontstaan.
Door den kloeken arm der oud’ren,
Door de kracht van spier en schoud’ren,
Werd het wilde element,
Van ons stadje afgewend.
Werd het wilde element,
Van ons stadje afgewend.

Refrein:
Hoor! De Schelde bruist.
Beukt op dijk en strand.
Slaat de dijken weg,
Overstroomt het land,
Waar de Schelde bruist.
Thans is rust en vree.
Veilig blijft ons land,
Heil de Neus aan zee!
Veilig blijft ons land,
Heil de neus aan zee!


Hou en trouw zij nu gezworen,
Aan het vrij gewrochte pand;
Ging de Neuzenvorm verloren,
Neuzen toch houdt eeuwen stand.
Dreigt de vloed ons te verdelgen,
Ook staan klaar der vaad’ren telgen,
Voor Ter Neuzen alles veil!
Hoog den neus hij brengt ons heil!
Voor Terneuzen alles veil.
Hoog de Neus hij brengt ons heil!

Refrein.

Grijpen ooit wel vreemde handen,
Naar den Neus in vreemd geschreeuw,
Dan verbreekt weerom zijn banden,
Onze sterke Zeeuwsche Leeuw.
Springt weer uit de wilde baren,
Kent geen angst, geen doodsgevaren,
Kampt heldhaftig bij de leus:
Neerlandsch is en bljift de Neus!
Kampt helhaftig bij de leus:
Neerlandsch is en blijft de Neus!

Refrein.