Laatst bijgewerkt: 19 september 2014

Heraldiek

Vandaag de dag zie je overal tekenen van heraldiek. Op uithangborden, brandweerwagens, op gevels, gemeentehuizen, briefpapier, paspoorten, noem maar op. Of iemand draagt een zegelring, ook heraldiek. Ook in een kerk of museum kom je tegen, waar nog prachtige gebrandschilderde ramen met wapens voorkomen, allemaal heraldiek. Er zijn ook mensen, die thuis een schilderijtje hebben hangen waar een familiewapen op geschilderd is. Allemaal heraldiek.

 

Een heraut

Heraldiek is afgeleid van het oud-franse woord herault. Dat woord is in verschillende Europese landen overgenomen. In het Nederlands zeggen we heraut, de Engels-sprekende landen noemen het herald, in het Duits herold. 't Lijkt er allemaal een beetje op. Herauten waren mensen, die hun diensten aanboden aan de ridders. Het waren eigenlijk een soort "boodschappers", of knechten. En omdat ridders vroeger gek waren op riddertournooien, werden daar ook de herauten mee naar toe genomen. Vroeger droegen ridders schilden bij zich, waar allerlei motieven op stonden. De herauten noteerden op vellen perkament, welke ridders er aan zo'n toernooi meededen en tekenden dan meestal ook het wapenschild op dat perkament.
Later zelfs waren het de herauten, die de toernooien organiseerden. Die herauten deden dat werk zoveel, dat ze er verstand van kregen. Ze kenden de gebruiken op het toernooiveld, wisten op 't laatst precies de betekenis van de symbolen, die op de wapenschilden voorkwamen en geleidelijk kregen de herauten een gespecialiseerde kennis van de heraldiek. Er zijn uit die tijd nog prachtige wapenboeken bewaard gebleven.

 

Aparte taal

Er ontstond zelfs een aparte taal en verderop zul je nog wel wat van die moeilijke woorden tegenkomen. Bijvoorbeeld het woord BLAZOEN, dat betekent gewoon schild. En een "blazoenering" was de beschrijving van een wapenschild. Dat was dus hetgeen de herauten deden. Ze "blazoeneerden" onder meer de wapenschilden van de ridders. Nu zal het ook duidelijk zijn wat "blazoenschilder" voor een vak is. Het bestaat nog steeds,  het is iemand, die wapenschilden, familiewapens of gemeentewapens schildert.
De ridders die aan zo'n toernooi meededen, droegen allemaal een harnas en als ze toevallig ook nog het vizier van hun helm dicht hadden, waren ze volkomen onherkenbaar. En ze zagen er allemaal hetzelfde uit. Allemaal ijzeren pakken op paarden. Het was dus moeilijk te zien wie het was. Daarom hadden ridders hun schild beschilderd met een of ander symbool.

Blazoenschilder

Laten we eens een voorbeeld nemen: ridder Diederick vindt zichzelf een moedig man en hoe kan hij dat laten zien? Precies, door een motief op z'n schild te laten schilderen, dat "moed" symboliseert. Nou, een leeuw bijvoorbeeld was een symbool van moed.
Dus liet hij door een blazoenschilder een leeuw op zijn schild aanbrengen. Zo had iedere ridder z'n eigen symbool en de herauten konden hem in de verte al aan z'n schild herkennen. De ridders gingen zelfs nog verder. De kleden die de paarden droegen (eigenlijk waren dat maar gewone paardedekens) lieten ze zelfs beschilderen of borduren met allemaal dezelfde motieven die ze op hun schilden hadden staan. Want het gebeurde natuurlijk ook wel eens, dat zo'n ridder tijdens zo'n toernooi z'n schild verloor. En dan was hij zijn "naamkaartje" kwijt. Maar je kon dan aan de paardedeken nog zien wie hij was.

denk maar niet dat deze man te benijden was; alleen de helm woog al 5 kilo.

ridders te paard


Dit speelt zich zo tussen 1200 en 1300 af. Er waren in die tijd herauten, die werkelijk schitterende wapenboeken aanlegden en waar er in deze tijd nog verschillende van bestaan. Een heel beroemd wapenboek is bijvoorbeeld het wapenboek van de heraut Gelre. Dat bestaat uit 123 vellen perkament en daar staan ongeveer 1800 wapens in. Dat boek is nog steeds in goede conditie. Perkament is dierehuid, veelal gelooide kalfs-, geite-of schapehuid en dat blijft erg lang goed. Vandaar, dat we nog zoveel weten uit die tijd.

4 heraldische leeuwen in verschillende standen
   

Vreemde leeuw

We hadden het straks even over een schild, waar een leeuw op afgebeeld stond. Die leeuw zag er heel anders uit dan de ons zo bekende leeuw. Zo'n 700 jaar geleden hadden ze nog nooit zo'n beest gezien. Ze wisten wel dat er leeuwen bestonden, maar alleen van "horen zeggen". Ja, dat moesten "verschrikkelijke bloeddorstige beesten zijn, met rollende tongen en nagels, rood van het bloed." De blazoenschilder in die tijd tekende het dier, zoals hij dacht dat het eruit kon zien.

Over 't paard getild

We hebben het er steeds over, dat de wapenschilden beschilderd waren met een motief. Dat werd geschildert op hout, op ijzer desnoods, maar in 't begin hadden ze heel primitieve schilden. Met bont bespannen bijvoorbeeld. Toen de wapens nog primitief waren, zoals de houten knotsen, had je nog geen ijzeren schild nodig om de klap op te vangen. In die tijd werd er een frame gemaakt van hout en dat werd dan bespannen met aan elkaar genaaide velletjes hermelijn. Voldoende voor de wapens die men toen had. Maar naarmate de wapens zwaarder werden, moesten ook de schilden zwaarder worden. Met leer bespannen, later helemaal van hout, nog later met een ijzeren plaat ervoor, ze werden steeds zwaarder. En met de komst van zwaardere wapens moesten ook de paarden meer beschermd worden. Dat paard had ook een ijzeren plaat op 't voorhoofd en een stuk "harnas" ter bescherming van de nekwervel. Helemaal behangen met ijzer en dan nog eens zo'n zware vent met een harnas op je rug. De ridders waren trouwens zelf helemaal niet in staat om op hun paard te klimmen. Daar moesten ze gewoon opgetild worden.

helmen uit verschillende tijden: traliehelm, steekhelm, vizierhelm

Spreekwoorden

Heb je wel eens gehoord van de uitdrukking "hij is over het paard getild"? Ze zeggen dat wel eens als ze het over een verwaand jochie hebben. Komt nog uit diè tijd.
Ze hadden die ridder er dan niet goed opgezeten hij viel er met dezelfde vaart aan de andere kant weer af. En dan moesten ze hem weer overeind helpen, want met z'n ijzeren pak aan kon die man dat nooit alleen. Alleen al zo'n ridder-helm weegt al vijf kilo. En dat had je dan alleen al op je hoofd.
We hadden het zojuist over een spreekwoord, dat nog uit de riddertijd is overgebleven. Er zijn er nog meer:
"wat voert hij in z'n schild?" welke bedoelingen heeft hij?
"iemand tegen zich in het harnas jagen . . ." zó kwaad maken, dat iemand zich opmaakt voor de strijd.
"Hij is uit het veld geslagen" beschaamd.
"Met open vizier strijden" een eerlijke strijd voeren.
Ja, over een „open vizier" gesproken: het vizier van een helm is het gedeelte, dat de ogen beschermt; er zitten kijkgaten in. Maar ook in die tijd was het niet elegant als je tot iemand sprak en hij stond met een stuk ijzer voor z'n gezicht. Dat was net zo onbeleefd als dat je nu tegen iemand spreekt met je hand voor je mond. Als een ridder in die tijd een dame begroette, schoof hij met z'n hand z'n vizier omhoog, zodat die dame z'n gezicht kon zien. Dat was netjes, maar wist je dat uit dat gebaarde tegenwoordige militaire groet is ontstaan? Zo zijn er wel meer dingen uit die tijd overgebleven. Denk maar eens aan het militaire uniform. Een korporaal heeft een "strepen" op z'n mouw, een sergeant een of twee. Drie strepen noemden ze voor de oorlog, toen militairen nog andere uniformen droegen dan tegenwoordig, bananenschillen. En die bananenschillen waren in feite „chevrons" of kepers. En een keper of chevron is weer een heraldisch woord. Een keper lijkt een beetje op het dak van een huis.  De keper in de heraldiek is een symbool van "hechtheid", ook steun en kracht. Denk maar aan een dakspant van een huis.

Wet van de kleuren

In de loop van de riddertijd ontstonden er allerlei wetten, waar we in deze tijd nog steeds rekening mee houden. De wet van de kleuren bijvoorbeeld. Je kon vroeger niet zomaar even een wapen in elkaar flansen. Aan het hof van een vorst was altijd wel een heraut of "wapenkoning" verbonden, die onder meer tot taak had om na te gaan, of iemand wel het recht had om een wapen te voeren. Hij maakte ook wel uit hoe zo'n wapen er dan uit moest zien. Je mocht bijvoorbeeld geen wapen maken, waar een ander ook al mee liep en het moest ook volgens de regels der kunst worden worden samengesteld.


Er bestaan in de heraldiek vijf kleuren: rood, blauw, groen, zwart en paars. Dat paars wordt purper genoemd. Het is de "vijfde heraldische kleur" en komt in Nederlandse wapens erg weinig voor. De kleur purper is ontleend aan de amethist en de kenmerken voor deze natuursteen zijn: "waardigheid en matigheid in overvloed". Rood wordt altijd als eerste onder de kleuren genoemd. De kleur rood is ontleend aan de robijn. Aan deze edelsteen worden vele eigenschappen toegeschreven: "vurig verlangen naar deugd", "overwinnende kracht", en verder: triomf, heerschappij. Tevens is het is de kleur van het recht.
Blauw, de tweede kleur, afgeleid van het hemelsblauw, betekent "trouw, bestendigheid en deemoed." Wordt vergeleken met de saffier, waaraan in het verleden allerlei geheimzinnige krachten werden toegeschreven.
Groen, de derde kleur, is ontleend aan de smaragd en betekent onder meer: vrijheid, schoonheid, blijdschap, vriendschap, hoop.
Zwart, de vierde kleur, wordt vergeleken met de aarde. Symbool voor treurigheid, maar ook dienstwilligheid. Het zwart is "erg ver af van het licht, de glans, de vreugde." De diamant wordt ermee vergeleken; men zegt daarvan, dat hoe meer hij schittert, hoe zwarter hij is.
De heraldische benamingen voor de kleuren zijn:
rood = keel
blauw = azuur
groen = sinopel
zwart = sabel
paars = purper

Metalen en taboe's

Naast de kleuren zijn er de metalen goud en zilver, die je in vele gevallen ziet weergegeven door geel en wit of grijs.
Een belangrijke wet in de heraldiek is, dat je nooit kleur op kleur of metaal op metaal mag gebruiken. Metaal op kleur mag en kleur op metaal ook. Een voorbeeld: een rode leeuw op een blauw schild mag niet: kleur op kleur. Een gouden leeuw op een zilveren schild mag óók niet: metaal op metaal. Een rode leeuw op een zilveren of gouden schild: prima ! Een gouden leeuw of zilveren leeuw op een rood schild? Ook prima. Een enkele keer wordt er wel eens gezondigd tegen deze regel. Bij de Nederlandse gemeentewapens hebben we zo'n geval. Dat is het wapen van Zierikzee: een zwarte leeuw op een rood schild, dat is kleur op kleur, mag niet.  Stel je voor dat een ridder een ijzeren schild had, zilverkleurig dus. Als hij daar, laten we zeggen een koperen leeuw op had, die derhalve goudkleurig was en het toeval wilde dat de zon daarop scheen, dan zag je vanuit de verte één grote schittering. Met zo'n blikkerend schild was de man onherkenbaar. Als hij er een zwarte leeuw op had gehad, dan had je het wel kunnen zien, want zwart schittert niet. Zo is die wet ontstaan.

Op 't toernooiveld

Je kunt begrijpen, dat die ridders in hun ijzeren pakken en helmen, als de zon scheen, het erg warm hadden. Als de zon op die helmen scheen, was het een benauwde zaak! Maar wat deden ze? Ze namen een lap witte stof, sloegen die erover heen, net als de Arabieren nu nog doen en klemden die doek vast met een wrong. Op hun paarden gezeten, wapperden die helmkleden vrolijk achter hen aan. Tot een slimme jongen op het idee kwam om die lappen te gaan verven in de kleuren van het schild. Als een ridder een gouden leeuw op een zwart schild had, verfde hij de helmkleden geel/zwart. Want goudverf bestond er in die tijd niet. Als hij dan in de strijd z'n schild verspeelde, kon je hem toch nog herkennen aan de kleuren van z'n helmkleed.
En later bedachten ze nóg meer: een helmteken. Ze gingen de helm versieren, door er bijvoorbeeld een bos veren op te zetten. Die werden dan meestal tussen de wrong gestoken. Ook buffelhorens, of een uit hout gesneden leeuwekop, of een vlerk van een vogel, maar in vele gevallen kozen ze een figuur, dat ook al in hun schild voorkwam. Dan kon hij ook van achteren herkend worden. Aan de voorkant kon je z'n schild goed zien maar aan de achterkant alleen maar de kleuren van het helmkleed. Maar er waren er meer die hetzelfde helmkleed droegen. Nu had hij ook een herkenningsteken als hij zich van je af bewoog. En daar kwam natuurlijk weer een wet uit voort . . .

a. wrong op de helm b. schild, helm, wrong c. met kroon, maar dan geen wrong

 

enkele helmtekens: "uitkomende"leeuw, een volle vlucht, "olifantstrompen" (buffelhorens)


Zo'n helmkleed had, zoals we hebben gezien, twee kanten. Eén kant de vervangende kleur voor het metaal, de andere kant een opvallende kleur. Nou, de binnenkant van het helmkleed moet altijd de metaalkleur zijn. Wit of geel zijn allebei heldere, opvallende kleuren. Dat was van een afstand beter te herkennen.

familiewapen, geflankeerd door twee schildwachten

Familiewapens

wapen met "hartschild"(moet altijd het model van het echte schild volgen)

Die riddertijd heeft niet altijd geduurd natuurlijk. Er kwamen later soldaten en leger, maar ook in de riddertijd nog kwamen er periodes voor zonder oorlog of strijd. Dan hing zo'n ridder z'n hele handel aan de kapstok. Nou, kapstok, die bestonden in die tijd nog niet, maar een schild kon je wel aan een draadnagel aan de muur hangen bijvoorbeeld. Plankje erboven, waarop de helm gezet werd, helmkleed er omheen gedrapeerd en dan had je een fleurige wandversiering...Nu komen we in de buurt van het familiewapen, want dat tafereeltje zoals hiervoor beschreven, is in feite het huidige familiewapen. Toen de riddertijd afgelopen was, de spullen aan de muren hingen te roesten, en de helmkleden uit elkaar vielen van de vochtige atmosfeer in die kastelen, ontstond er een behoefte om datgene, wat jaren aan de muur had gehangen, te laten schilderen door een blazoenschilder en vervolgens het schilderij op die plaats te hangen.

 

 

 

 

Genealogie

Alle gegevens stonden op de perkamentrollen, die de herauten hadden aangelegd. Alle gegevens waren bewaard gebleven. En dat bestaat tegenwoordig nog. Mensen laten tegenwoordig nog hun familiewapen schilderen. Op een bepaald moment in de geschiedenis waren er helemaal geen ridders meer, maar bepaalde ambachtslieden, kooplieden, poorters, of mensen die een of andere rechterlijke functie bekleedden, zoals een burgemeester, een schout en zijn schepenen lieten in de 16e en 1 7e eeuw zo'n wapen ontwerpen. Het werd een gewoonte om een familiewapen te voeren. Dat deden ze om als het ware hun handtekening mee zetten. De meeste mensen konden niet schrijven in die tijd. Wel, in plaats van hun handtekening te zetten, stempelden ze hun zegelring in de was of in lak. Sommige mensen denken, dat alleen adellijke mensen een familiewapen hebben, maar dat is niet waar. Zogenaamde burgerwapens komen al in de vroege middeleeuwen voor en zijn bijna even oud als de adellijke wapens.
Er is ook een periode geweest, dat men zich helemaal niet interesseerde voor familiewapens, maar vanaf de tweede helft van de vorige eeuw, zo rond 1840, 1850 kwam er weer een opleving. In deze tijd, is de belangstelling groter dan ooit. Dat komt, omdat de mensen over veel vrije tijd beschikken en de archieven in Nederland er erg veel aan doen om de mensen het zoeken gemakkelijk te maken. Vele mensen vinden het een leuke bezigheid om hun stamboom samen te stellen; het is erg leuk om eens aan de weet te komen watje voorouders deden, hoe oud ze werden, hoeveel kinderen ze hadden. En bijna al die gegevens zijn in de archieven terug te vinden. Er zijn geen kosten aan verbonden, alleen als je oude akten wilt fotokopiëren moet je die betalen natuurlijk, maar dat valt allemaal best mee. Het enige dat het in feite kost, is tijd. Maar geloof me, als je er eenmaal aan begint, weetje niet meer  van ophouden. Van alle doop-, trouw- en overlijdensaktes kun je fotokopieën maken en aan de hand daarvan kun je een stamboom gaan opzetten, het liefst natuurlijk met je eigen familiewapen erop.

kruisridder met enkele soorten van de talrijke bestaande kruizen

Maar ik sla nu een beetje op hol. We hebben het in dit boekje over heraldiek en niet over genealogie. Weer zo'n moeilijk woord. Het betekent stamboomonderzoek.
Vroeger noemde men dat stamboom-onderzoek ook wel ,,sibbekunde", maar dat woord heeft tijdens de tweede wereldoorlog een wat nare klank gekregen. Tegenwoordig heeft men liever dat we het woord genealogie gebruiken. Nou, dat kan toch? Goed, terug nu naarde heraldiek. Heraldiek: de wetenschap die zich bezig houdt met het bestuderen van de oorsprong en het beschrijven van wapens of blazoenen. Er zijn in ons land ongeveer 600 a 700 adellijke wapens en ongeveer 45.000 burgerlijke wapens. Die zijn allemaal afgebeeld in schitterende wapenboeken.
Als hier in het land een wapen ontworpen moet worden, bijvoorbeeld voor een onderdeel van de landmacht, of voor een nieuwe gemeente, dan is er een instelling in het land, de Hoge Raad van Adel, die adviezen geeft bij het samenstellen ervan, en ook "waakt" over de heraldische juistheid.

Velden en stukken

Het oppervlak van een wapenschild noemen we het veld. De zaken die op dat veld voorkomen noemen we de "stukken". Soms is zo'n veld verdeeld: in tweeën, in vieren. De lijnen, die deze verdeling aangeven hoeven echter niet altijd recht te zijn.

1. uitgeschulpt;
2. ingeschulpt;
3. golvend;
4. gewolkt;
5. getand;
6. hoekig;
7. gekanteeld;
8. knoestig;
9. gezwaluwstaart;
10. gekrukt.
a. doorsneden;
b. gedeeld;
c. geschuind;
d. linksgeschuind;
e. gekeperd;
f. gevierendeeld;
g. schuingevieren-deeld;
h. gegeerd.

De "stukken" worden weer onderverdeeld in „herautstukken" en gewone stukken. Herautstukken bestaan weer uit hoofd-en nevenstukken. Hoofdstukken zijn eenvoudige figuren, zoals een balk, een kruis, een paal enz.

Kleurcode

In oude boeken, die nog niet in kleuren gedrukt konden worden, kun je de kleuren aflezen door een systeem van puntjes, streepjes enz. In 1638 bedacht een zekere Pater Petra Sancta een systeem, dat we heden ten dage nog steeds gebruiken. Het systeem is internationaal doorgevoerd en met onderstaand voorbeeldje kun je voortaan alle zwart-wit wapens in kleuren zien. Een goede graveur graveert zelfs in zegelringen de kleurcode mee, zodat je zelfs in lak-afdrukken de kleuren kunt zien.

op volgorde: zilver - goud - zwart - blauw - rood - groen - purper

Een kompleet familiewapen bestaat uit: schild, helm, helmteken en helm-kleden. Eventueel kan een wapen ook nog voorzien zijn van schilddragers en een devies. Zo'n devies, veelal een Latijnse spreuk, staat dan meestal in een mooi gedrapeerd lint onder het wapen. Het helmteken is vaak een herhaling van een motief uit het schild. Is zo'n helmteken een "afgewend" motief, dan is de stand van de helm ook afgewend. Is het motief daarentegen "aanziend", dan is de stand van de helm dat ook. Bij een aanziende helm hoort het helmkleed symmetrisch te zijn. Bij een afgewende helm mag het helmkleed niet symmetrisch zijn. Eigenlijk is deze wet wel logisch. Als je bijvoorbeeld je zakdoek (helmkleed) over je hoofd (helm) legt, en je kijkt in de spiegel, dus recht vooruit, dan zie je, dat links en rechts er hetzelfde uitzien. Maar als je dan je hoofd wat draait, en je kijkt uit je ooghoeken naar je zelf, dan zie je van de ene kant meer dan van de andere kant.

3 gouden "gaande" leeuwen op een rood schild
enkele voorbeelden van korrekte kleurcodering

Blazoeneringen

Links en rechts worden verwisseld in de heraldiek. Dat is precies andersom, dan wij in het normale gebruik onder links en rechts verstaan. Een wapen wordt altijd geblazoeneerd (beschreven) alsof je er achter opgesteld staat.

"afgewend" model
"aanziend" model

In de meeste wapenboeken staan afbeeldingen van wapens, maar er zijn er ook, die alleen maar blazoeneringen hebben. En die staan bijna altijd in het Frans, omdat Frans de internationale heraldische taal is. Een voorbeeld van zo'n blazoenering:
D'ora deux poissons nageants d'azur, entre deux fasces ondées de gu. C. : un vol è i'antique de gu. L. d'oret de gu.
D'or
betekent dat het schild van goud is. En wat staat er in dat schild? Deux poissons nageants d'azur. Twee zwemmende vissen van blauw. Entre deux fasces ondées de gu. Gu. is de afkorting voor gueulle en dat is keel; en keel, is rood. Wat staat er dus: Tussen twee golvende balken van rood. Dan zien we een hoofdletter C, de afkorting voor "cimier" en dat betekent: helmteken. Hoe ziet dat helm-teken eruit? Un vol è I'antique de gu. Een "antieke" vlucht van rood. De hoofdletter L staat voor "Lambrequins" en dat zijn de helmkleden. Van rood en goud (geel). In die paar regeltjes staat een kompleet familiewapen beschreven.
Een goede wapentekenaar heeft echt geen voorbeeld nodig. Hij heeft voldoende aan de blazoenering. Maar het duurt wel een poosje voor je zover bent. Al die oude heraldische benamingen moetje natuurlijk kennen. Een leeuw bijvoorbeeld, kan "klimmend" uitgebeeld moeten worden. Dat betekent dat hij op z'n achterpoten staat. Ais hij als "gaand" wordt omschreven, dan weet de tekenaar, dat hij als het ware "kruipt" op z'n vier poten.
Bij een „sprekend" wapen kun je zien hoe iemand heet. Een bekend voorbeeld is het familiewapen van de familie Trip. Maar dan moet je natuurlijk wel weten wat een trip is. Als je nu een deel van de kap van een klomp afzaagt en je zet daar een leren band voor in de plaats, dan heb je een trip. Die werden vroeger gemaakt voor mensen, die moeite hadden om aan die harde houten klompen te wennen.

alliantiewapen (combinatie van het wapen van man en vrouw). De helmen zijn uit "elegance" naar elkaar toegewend.

Moderne heraldiek

Wapentekenaars krijgen na verloop van tijd hun eigen stijl. Er zijn tekenaars, die echt hun naam niet meer onder hun werk behoeven te zetten; kenners zien gewoon wie het gemaakt heeft. Een voortreffelijk blazoenschilder is bijvoorbeeld de heer K. van den Sigtenhorst uit Rijswijk. Als je zijn werk kent, haal je hem er zó uit. Zo is het ook met graveurs. Een heel bekend wapengraveur is de heer Hans de Vries. Zijn wapentjes herken je uit duizenden. Er is een boek van de Nederlandse Gemeentewapens, getekend door meneer Druif. Werkelijk schitterend getekend. Maar er komen nu ook moderne tekenaars, die hun eigen visie op wapens hebben.


 

 

Twee complete wapens, met devies of wapenspreuk

ridder met compleet harnas

 

3 gemeentewapens

 

bladzijde uit het Munsterse Wapenboek