Laatst bijgewerkt: 19 september 2014

Hoeve "De Hooge Boomen"

Onderstaand informatie is afkomstig uit de Kadastrale Atlas van Borssele, waarin de samenstellers een enorm werk verricht hebben: per huis proberen te achterhalen wie de achtereenvolgende eigenaars zijn geweest. Helaas eindigt het onderstaande overzicht precies op het moment dat Jacobus van Liere de hofstede gekocht moet hebben, zo rond 1880. Toch een heel interessante lijst.

(139) HOLENHOEK hofstede aan de Korte Zuidweg, kadastraal C 163, genaamd Hoeve De Hooge Bomen.

1618-1623 Cornelis van Schuijlen, 69 gem., baander: Heijndrick den Hollander
1651 Augustijn Jansz weduwe, 20 gem.
1672-1679 Bastiaan Augustijnse, 10 gem. en 3 gem. 232½ r., baant zelf
1687 als voren, nu 23 gem. 32½ r.
1694 dijkgraaf Bastiaan Augustijnse Lokursse, heeft 27 gem. 75 r. uit 69 gem., hij baant zelf.
1721 Augustijn Bastiaanse bezit 20 gem. en 12 gem. 281 r., samen 32 gem. 281 r. en baant 14 gem. 150 r. uit 69 r.
1726 RAZE 2435, 5, 2.5.1726, Augustijn Bastiaense Lokerse levert aan Hr.Samuel Radermacher, kiesheer der stad Middelburg,
griffier van de finantien ende bewinthebber van de Edele geoctroijeerde West Indische Compagnie ter Kamer Zeeland, sijne
landhoeve met den gevolge van dien, staende op 17 gem.75 r., soo half weij, boomgaerd als zaeijland, gelegen in Borselen in den
Zuid-oosthoek, verder nog 22 gem.296 1/2 r.zaeijland in de Zuijd-oosthoek, 21 gem.168 r. en 12 gem.281 r. in den Oosthoek en 5 gem.in Sluishoek sijnde de gebroken weije, tesamen 79 gem.210 1/2 r., voor £ 765:5:- contant
1763 Daniel Rademacher heeft 7 gem. 243 r., Jan Nijsse heeft 5 gem. 95 r. en Guiliaam Augustijnse heeft 4 gem. 218 r., samen 17 gem. 256 r., Daniel Rademacher nog west aan 26 gem. 207 r.
1763 RAZE 2436, fol.59, nr.38, 8.10.1763, Heer Arnoldus van Tilburgh, procuratie hebbende van Mr.Daniel Rademaeker, verleden voor notaris
Hendrik Brouwer d.d.15.9.1763, levert aan Guilliaem Augustijnse Lokerse, een hofstede en land cum appendatie van dien in Borssele, genaamt "de Boone" op 120 gem.117 r.
1766 Daniel Rademacher over 40 gem.206 r., baant zelf, Guilliaem Lokerse 5 gem.211 r.
1777 Guilliaem Lokerse, 5 gem.211 r. en 40 gem.206 r. RAZE 2437, 56vso, 8.8.1781, Schout Augustijn Lokerse, procuratie hebbende van zijn moeder Cornelia de Vrieze, weduwe van de gezworen Guilliaem Lokerse, levert aan Cornelis Jacobse Rottier een hofstede etc. op 80 gem.267 r. in de Zuid Oosthoek, voor £ 2134 met land.
Noot: Cornelis Jacobse Rottier, ged.Borssele 17.3.1760, overl.Borssele 6.1.1785, tr. Cornelia Guiljaamse Lokerse, ged.Borssele 20.4.1760, dochter van Guiljaam Augustijnse Lokerse en Cornelia Jacobse de Vriese, zij tr.II Jacob Pietersse Meeuse
1791 Jacob Meeuwse, oost en zuid aan met 40 gem.206 r. als daar over de watergang legt, saamen nevens de Jorjaneweg, 80 gem.267 r., baant zelf.
Jacob Pietersz Meeuwse, overleden te Borssele 1.5.1799, tr.I Cornelia Guiljaamse Lokerse, tr.II Cornelia Leijs, tr.III Jannetje Andriesse Steketee;
1805 Marcus van Houte
1813 Marinus van Wijngen, "cultivateur", met Janna Boone, bewoners van huis nr.46. Medebewoonster: de weduwe van Marinus Leijs
1815 Philip van Liere met Willemina de Bruine
1799-1834 Marinus Joosse van Houte, geb.Driewegen 8.6.1767, op 9.6.1799 uit 's Gravenpolder gekomen, overleden te Borssele 13.1.1834, zoon van Joost van Houte en Elisabeth Marinusse Speeljaert; tr. Janna Vaar, geb.Driewegen 26.8.1773, overleden te Borssele 1.11.1813, dochter van Pieter Vaar en Maatje Danielse Derto, Koop RAZE 2438, 40, 28.6.1799, Jannetje Andriesse Steketee, laatst weduwe van Jacob Pieterse Meeusse, levert een hofstede in Zuidoosthoek op 80 gem. 267 r. voor £ 32:5:- per gemet. (ook RAZE 2447)
1813 Marinus van Houte, "cultivateur", met Janna Vaar en drie kinderen van Houte, bewoners van nr.47.
1832 Marinus van Houte, landman, won.te Borssele, eigenaar van huis en erf, groot: 5150 centiare.
1835-1838 Adriaan van Strien, landbouwer, geb. te Wolfaartsdijk 11.4.1797, op 4.4.1834 in de gemeente gekomen en 20.3.1844 naar Driewegen vertrokken, gehuwd met Elizabeth van Houte, geb. te 's Gravenpolder 17.8.1790,
1873 V.J.Claeijssen en echtgenote O.S.Rickebé, eigenaars van hofstee C 163, nr.139
1879 Victor Joseph Claijssens te Rijssel, eigenaar van huis en erf C 163, groot: 5150 centiare.

Zoals te zien is de hoeve in 1815 bewoont door Philip van Liere met Willemina de Bruine. In de genelaogische gegevens van de familie van Liere is dit echtpaar genoemt als Philippus van Lieren met Willemina de Bruijne.
Zoals genoemd is de boerderij rond 1880 gepacht van een Franse textiel fabrikant uit Rijssel (Lille) Victor Joseph Claijssens door Jacobus van Liere getrouwd met Janna de Kok.

Jacobus van Liere (1835–1908)

Het was een meekrap boerderij. Meekrap is als landbouwproduct vooral geteeld voor de rode kleurstof alizarine, die werd gebruikt voor het kleuren van textiel en leer. Ook werd meekrap gebruikt in de miniatuurschilderkunst, als pigment om olieverf of lijmverf te kleuren. Daarnaast wordt al sinds de oudheid een medicinale werking aan deze plant toegeschreven. Echter met de uitvinding en het industrieel produceren van deze, voor de textiel industrie zo belangrijke kleurstof, stortte de markt voor natuurlijke alizarine in. Het is de verdienste van deze Jacob van Liere, dat hij zich wist te handhaven en in zeer korte tijd de klap wist op de vangen met andere gewassen, naar men zei zonder arbeiders te ontslaan.

In 1903 brandde de boerderij af, naar algemeen werd aangenomen, door hooibroei. De fransman herbouwde het en verkocht daarna het geheel aan Jacob van Liere

De opnieuw opgebouwde ”Hof de Hooge Boomen” aan het begin van de 20 ste eeuw, na de brand die de boerderij verwoestte in 1903.

Het grote, nieuwe huis rechts, gedeeltelijk achter geboomte en het kleine huis links daarvan, een overblijfsel van de oude boerderij. Dit huis, (“de keete”), jaarlijks in gebruik als zomerhuis van april tot oktober, was een juweel van 17e eeuwse bouwkunst, dateerde uit 1642 en was geheel in originele staat.
Links daarvan de grote schuur voor de paarden en veldgewassen. Een tweede schuur voor jong vee en klein vee valt , links, buiten de foto.
Om de gebouwen een 15 ha weiland, wijd beplant met olmen ( de Hooge Boomen) en een boomgaard, het geheel beschut aan de west-, noord- en oostzijde door een 3 meter hoge heg, die diende als windvanger. Het weiland was de thuiswei voor de melkkoeien en de paarden. (het grasland van de boerderij lag in een aangrenzende polder). Op de voorgrond van de foto de enorme drinkput voor het vee. Dit geheel van gebouwen, grasland, bomen en beschutting was de “Hof” . Bouwland lag er tegenaan als een aaneengesloten blok.

van links naar rechts: Jacob, Mirza met veulen, Piet van der Slikke, Marien van Fraassen, Bles, Jan, Piet en Ko, Ko van Liere, de bakker te Borssele, Piet Westveer

Na Jacobus van Liere kwam zijn zoon Jacob op de boerderij.

Jacob van Liere (1873–1963)

Deze Jacob was een traditionele Zeeuwse boer. Zijn prioriteiten waren: de vruchtbaarheid van de grond op peil te houden en ervoor te zorgen dat de boerderij in tiptop conditie bleef en tenslotte prijs en klimaatschommelingen opvangen door oordeelkundige vruchtwisseling. De traditionele boer had een grote empirische kennis die allerminst statisch was.

Helena Westveer (1874-1961)

Jacob’s tweede vrouw was Helena Westveer (in Zeeland hielden vrouwen de naam van hun familie, nooit die van de man waarmee ze trouwden). Deze Lena breidde het gemengde bedrijf verder uit met melkkoeien. Voordat de mechanische ontromer beschikbaar was speelden melkkoeien geen rol in de Zeeuwsche landbouw. Met de mechanische ontromer werd het mogelijk boter te maken voor de verkoop. Melkkoeien werden in de winter gevoed met kuilvoer, afval van de landbouwproducten. Ontroomde melk (ondermelk) werd gevoerd aan de varkens. Gekarnde room leverde karnemelk, eveneens grotendeels varkensvoer. Lena maakte de beste boter . Zij merkte de pondjes met een botermerk dat zeer goed bekend stond in het Goese land.
Alles bijeen dreef het gemengde Zeeuwsche bedrijf op recycling en er was weinig of geen kapitaal nodig om het draaiende te houden. Het was ook weinig gevoelig voor economische schommelingen. Er was alles volop, zelfs in de ergste crisisjaren. Daar tegenover stond dat er ook nooit geld werd verdiend. Een boer kon tijdens zijn leven de boerderij terugverdienen en het geld dat hij geleend had (van familie, nooit de bank) afbetalen.

Later verpachte Jacob de grond om de boerderij aan zijn drie oudste zoons Ko (Jacobus Pieter), Piet (Pieter Jacobus) en Jan. Jan stierf in 1953 .
 
Pieter Jacobus van Liere (1910- 1995)
 
Piet is toen op de boerderij gekomen, Jacob en Lena zijn naar het dorp Borssele verhuist, Lena is in 1962 overleden en Jacob in 1963. In de tijd dat Piet op de boerderij was, werden de paarden vervangen door trekkers en de arbeiders door machines. Voor enkele jaren nam zijn zoon Jaap de boerderij over, maar is in 1977 naar Canada geemigreerd.
Na de laatste van Liere op de Hooge Bomen werd het een varkensbedrijf. De eigenaar die nu op de boerderij woont, is de vierde eigenaar sinds 1977. De boerderij bestaat hoofdzakelijk nog enkel uit gebouwen .

Nu liggen de velden er prachtig bij. Grote percelen alles kaarsrecht. De loonploeger, loonzaaier en loondorser ( allen ongetwijfeld besteld per mobile) rijden tot vlak voor de voordeur. Misschien zijn de subsidies die de overheid verstrekt aan dit soort landbouw zo aanzienlijk dat er een BMW of een Mercedes voor de deur staat Maar de boerderij ligt er kaal bij, blootgesteld aan weer en wind Als de boerin een bloemetje op tafel wil hebben zal ze naar de bloemist in Goes moeten. Nooit zal er meer dat heerlijke vloerbrood zijn dat Lena bakte in een 17e eeuwse plavuizen bakoven. Nooit zal de boerin het jubelen van de leeuwerik horen of het prachtige zingen van de merel. Nooit zal er meer een rundje worden geslacht voor Kerst en nooit meer zal het keutjesavond zijn. Nooit meer.... die duizend dingen die vanzelfsprekend zijn in een animistische, haast symbiotische samenleving met de natuur. Anno 2005 raast het verkeer over de weg naast de boerderij van of naar de Westerscheldetunnel.

Een harde, koude, egocentrische wereld !