Laatst bijgewerkt: 19 september 2014

Hof van Liere 

Het centrale gebouw van de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen (Prinsstraat 13), het Hof van Liere, maakt deel uit van het Antwerps cultuurhistorisch patrimonium.

   

Het prachtige 16de eeuwse Hof van Liere en de aanpalende historische gebouwen, die in de 17de eeuw door de jezuïeten werden opgetrokken, zijn een oase van rust in het rumoerige stadscentrum. Deze 'vortstelijke woning' werd in 1516 gebouwd in opdracht van de toenmalige Antwerpse burgemeester Arnold van Liere. Antwerpen stond toen aan het begin van de gouden 16de eeuw, en dat is te merken aan dit prachtige gebouw in Brabants-Gotische stijl.


 

Het Prinsenhof wordt toegeschreven aan architect Dominicus de Waghemaeckere, maar kwam in feite in verschillende fasen tot stand. De meest oorspronkelijke plaats is het westelijk gelegen binnenplein.
Het heeft een gaandereij met vijf drielobbige bogen en slanke zuilen. Wellicht herkende men het hof aan zijn huistoren, de veel hoger was dan nu. in 1660 werd de toren afgebroken omdat hij te bouwvallig was. De waterput geeft waarschijnlijk aan waar zich vroeger de keuken bevond.

  

Na het overlijden van Arnold van Liere in 1529 en zijn echtgenote wordt het Hof van Liere geerfd door de koopmansfamilie Draecke. In 1544 wordt het gekocht door de stad Antwerpen. Die stelt het eerst in 1558 ter beschikking van een Milanese bankiersfamilie en later van de Engelse Natie. In 1601 verzoeken aartshertogen Albrecht en Isabella hier hun residentie te mogen vestigen, maar dat wordt afgewezen door de stadsmagistraat. Als de Engelse Natie, na de Spaanse furie, Antwerpen verlaat, begint voor het 'Prinsenhof' een nieuwe geschiedenis.

In 1575 hadden de jezuïeten in Antwerpen (waar zich nu het Conscience-plein bevindt) een middelbare school opgericht. Al snel waren de gebouwen daar te klein en de toenmalige rector, Carolus Scribani s.J. liet zijn oog vallen op het Hof van Liere. Na moeizame onderhandelingen met de stad en dankzij sponsering kon de jezuïetenschool in 1607 naar het Hof van Liere verhuizen. Het gebouwencomlex werd uitgebreid en geschikt gemaakt als kostschool.

Aan deze nieuwe episode in de geschiedenis van het Hof van Liere komt bruusk een einde als paus Clemens XIV in 1773 de jezuïetenorde opheft. In oktober 1777 wordt er de militaire academie (Koninklijk College) gevestigd. Keizerin Maria Theresia vestigt in 1783 een militaire academie in Het Prinsenhof en vanaf 1794 doet het zelfs tijdens de Franse bezetting dienst als militair hospitaal.
In 1929 herhaalt de geschiedenis zich. Het gebouw van de Sint-Ignatiushandelshogeschool in de Korte Nieuwstraat barst uit zijn voegen, de jezuïeten zoeken een nieuw onderkomen en vinden dat in het Hof van Liere. Zij restaureren het zwaar gehavende gebouw en passen het aan de moderne onderwijs- en onderzoekseisen aan. Het resultaat is een uniek kader met binnenplaatsen, zuilengangen en trapgevels, dat doet denken aan de befaamde colleges van Oxford en Cambridge.
In 1988 kochten de Universitaire Faculteiten Sint-lgnatius (UFSIA), van de jezuïetenorde, het Prinsenhof. De vleugels rond het binnenplein werden opnieuw gerestaureerd en gerenoveerd.

Technische aspecten van de restauratie
Het historisch onderzoek van het Hof van Liere bevestigde dat van het 16de eeuwse gebouw alleen de strukturele elementen bewaard bleven zoals:
- het gevelmetselwerk met baksteen en witte natuursteen, evenwel grondig verbouwd en aangepast in 1930-1932 op de toen gangbare, harde wijze van restaureren;
- de plafondstructruren met moer- en kinderbalken, aangepast met niet konstruk-tieve extra houten balksloffen en stenen muurkonsoles bij nieuwe binnenmuren;
- de houten dakstruktuur;
- de keldergewelven.
Interieurelementen uit de 16de eeuw en later, tot aan de verbouwing van 1930, zijn praktisch volledig verdwenen.
Bij de verbouwingswerken in 1930 heeft men, wegens de slechte toestand waarin de gebouwen zich bevonden (op de hoger-vermelde delen na) alle bouwelementen vernieuwd, met name de trappen, de binnenwanden, de dakbedekking, de vloeren en het buiten- en binnenschrijnwerk.
Deze verbouwing bepaalde dan ook het karakter van het gebouw tot voor korf en deze stijl werd bij de thans uitgevoerde werken gerespekteerd.

De renovatiewerken betroffen, naast een aantal beperkte aanpassingen aan de indeling van de lokalen, in hoofdzaak het opknappen van de bestaande delen zoals schrijnwerk, dak- en vloerkonstrukties en de afwerking. Op de hogerliggende vloeren werd een speciale akoestische isolatie geplaatst. De technische installaties (verwarming, electriciteit, data) werden volledig vernieuwd. De renovatie van de gevels is in een later stadium voorzien.


Toen de Duitse schilder Albrecht Dürer het Hof van Liere in 1520 bezocht, beschreef hij het volgende:

"Het huis is groot, met kunstvoorwerpen ingericht en voorzien van ontelbare rijk bemeubelde kamers. Er is ook een elegant versierde toren en een uitgestrekte tuin. Het is werkelijk een woning van een edelman, zoals men er geen enkele in Duitsland vindt. Via een nieuw aangelegde straat kan men, langs twee kanten, het huis bereiken."

Dürer maakte er in 1520 een schets van die wordt beschouwd als de eerste afbeelding en die bewaard wordt in Berlijn.

  Keizer Karel zou te gast geweest zijn bij Arnold van Liere en als gevolg daarvan wordt het Hof van Liere ook wel 'Prinsenhof' genoemd.