Laatst bijgewerkt: 19 september 2014
B. afk. bandboekdeel
B afk. begraafregister
b. afk. boisseau, geheimhouden
b. afk. baptisatus, gedoopt, gedoopte
baa neus snotneus, druipneus
baad bode
baaierd herberg, ook passantenhuis voor vreemdelingen die behoeftig waren
baaierdboef landloper, zwerver
baak vuurtoren
baanderheer, baanrots ridder met het recht om onder eigen banier (vaandel) vazallen aan te voeren
baar teken in heraldiek, linker -schuinbalk
baarkind kind ten graven gedragen op een baar, ca. 1-12 jaar oud
baarlyk in eigen persoon
baarsgewijs teken in de heraldiek, in de richting van een linker -schuinbalk geplaatst
baas meester
baay grof wollen stof
babijn, bobijn garenklos
baccalaureus geleerde, academici, (de laagste graad)
bachten achter
baciser wafelijzer, braadpan
back kuil onder watermolenrad, voorste afdeling van een diligences
backerige, backerheghe bakkersvrouw
backerscool houtskool, hout in een bakoven
backershuus bakkerij
backijser ijzeren bak - en/of braadpan
backousen soort broek
bacwaerdich, bacwaerich die aan zijn verplichtingen niet voldoet, juridisch gezien
badden baden
badenkemken weiland voor de paarden van de bodedienst
badigeonneur witkalker
baduhennae lucus Veluwe
baduit, beduir inhoudsmaat, 1 baduit = 1/4 kan en ca 0,4 ltr voornamelijk in Noord. Brabant
baecvleesch varkensvlees
baeicamer badkamer
baeicupe badkuip
baelge slagboom, hek, paalwerk.
ook een als plein afgezette plaats
baelgie voogdij, rechtsgebied van een landsheer
baemesse feestdag van St. Baafs, 1 oktober
baer bloot, naakt
baer heraldiekteken, linkerschuinbalk in een wapen, geeft meestal (bastaard( aan
baerachtich zwanger
baercleet lijkkleed
baerde bijl
baersen ter wereld brengen
baertmakere barbier, aderlater, heelmeester
baertse bijl
baerweder storm, zeer slecht weer
baevenverhaelde bovenvermelde
baeykijn baaien kledingstuk
baffen blaffen
Bagalosum Bakel
bage kostbare ring
bagge gouden sieraad
bagijn kindermuts
bagne strafkolonie, inrichting voor dwangarbeid, deportatieoord
bague (vinger)ring
baguette de sourcier,  divinatoire wichelroede
baharren kind baren
bahut boerenkast,
bahuut grote koffer
baill afk. bailliage, baljuw-, drossaardzaken
bailli baljuw, drost, drossaard
baiulus besteller, drager, bode
bak graanmaat, 1 bak = 1/4 mud, = 4 spint, ook soms 1/4 hl. Ook gevonden 1/8 deimt.
turfmaat, 1 bak = 3000 ltr.
bake (levend) varken, ook gezien geslacht varken
bakelaar, bakelaerbloem laurier
bakelaarkruut, laurierbladeren
baken bakken, ook sein
bakenspec varkensspek
bakkersstoof steenbakkersoven
baksjen oorveeg
balade gedicht waarvan de laatste strofe begint met een opdracht aan de prins
baladeuse kar
balancemeester waagmeester
balc houten balk, zoldering
balch balg
balchhont waakhond
balcknoot draagsteen onder een balk
bald spoedig
bale dansen
balger vechtersbaas
balie tobbe
balie, baille, bajulus inhoudsmaat, 1 balie = 2 ton
balistarius handboogmaker, boogschutter
baljuw ambtenaar, door de landsheer met de rechtspraak in een zekere streek belast rechter in het algemeen. In heerlijkheden met hoger, middelbaar en lager gerecht was een baljuw de rechtstreekse vertegenwoordiger van de heer
baljuwschap ambt van een baljuw, rechtsgebied van een baljuw verdeeld in schoutambten, bevolking in het rechtsgebied van de baljuw
balk heraldiek teken, dwarsbalk
balle kaf
ballenbinder inpakker, emballeur
ballerigghe danseres
ballijncbouc boek waarin aantekeningen van veroordeelde misdadigers en hun straf
ballinc gerechtelijke brief met volmacht voor executie van de straf of vonnis
ballist wapen in de middeleeuwen
ballius, ballivus opperrechter, landvoogd, grafelijk ambtenaar, hofmeester, baljuw, regent
balnetator badmeester, houder van een badinrichting, scheerder, barbier, kapper
balt, de balt legghen te terne een gerechtelijke handeling
Bamestra Beemster
ban rechtsgebied, rechtsdistrict, ambacht ook veroordeling, verbanning als straf, afkondiging van gerechtelijke handeling
banckrechten rechten zoals zij in het bankgebied gelden
Band boekdeel
band omvangsmaat van riet, dikke bos = 33 cm, dunne bos = 24 cm
bandach rechtsdag
bandage ijzeren wielband
bandelier draagriem voor geweer
banderol vlag of wimpel aan een lans, vaak met opschrift
bandsgewijs heraldiekteken, geplaatst in de richting van de rechter -schuinbalk
bangenoot medelid van een schepenbank
banier soort vlag aan een stok
baniken copuleren, neuken
baninge beschuldigd van moord
banistiek vlaggenkunde
bank, banck pijnbank
bankerot failliet
bankert onecht kind
banmolen dwangmolen, verplicht te gebruiken molen
bannaliteit verplicht gebruik van de banmolen
banne begrensd rechtsgebied
banne, bannum het gedwongen gebruiken van de molen
bannen vonnissen, verbannen als straf ook plechtig bijeenroepen
bannerheer ridder met het recht om onder eigen banier (vaandel) vazallen aan te voeren
banni, bannir verbannen
bannissement verbanning, ballingschap
bannum behorend tot de banne, gedwongen gebruik van bv de molen, bakoven
bannus (huwelijks -) afkondiging
bannus actis na de (drie) afkondigingen
banoven dwangoven, verplicht te gebruiken oven
banquier bankier
banregister register van gecensureerde lidmaten
banues snotneus
bap. afk. baptisatusde gedoopte
bapirifex papiermaker
bapt afk.baptizatus, gedoopt
bapt. afk. baptisatus, de gedoopte
baptême doop, het dopen, doopsel
baptisabatur hij is gedoopt
baptisare, baptizare, baptisata est zij is gedoopt
baptisati sunt zij zijn gedoopt
baptisatus a ministro  haeretico gedoopt door een ketters bedienaar
baptisatus est hij is gedoopt
baptisatus de gedoopte, gedoopt
baptisavi ik heb gedoopt
baptisma, -tis -mus doopsel
baptismate necessitatis door de nooddoop
baptismatis van de doop
baptismum doopsel
baptismum necessitatis nooddoop
baptismus doopsel
baptista (johandes de doper) Johannes de doper, 24 mei
baptiste doopsgezind
baptizare dopen
baptizatio dopen, wassen
baptizator, baptista de doper
baptizatorum van de gedoopten
baptizatus afk. bapt. gedoopt
baptizavi ik heb gedoopt
bar arm, naakt
barb afk. barbie, kapper, soms heelmeester
barbacane schietgat
barbaren die kwaad spreken
barbaricarius, barbaricius zijdewerker, zijdewever
barbaricus zijde -naaister
barbarius dorpsbarbier, heelmeester
barbitonsor kapper
barde brede bijl, aan twee zijde snijdende strijdbijl
bare (in) opgebaard
barech hooiberg
baril de poudre kruitvat
baril vat, ton
barillier keldermeester
barmhertich lief, best
barnen branden
baro, -nis vrijheer, ook vaak baron
baron vazal van de koning, die in zijn baronie het gezag namens de koning uitoefende
baronet engelse adellijke titel
baronia baronie, het gezagsgebied van de baron
barre du tribunal balie
barre staaf, stang, balk
barreau de fer ijzeren staaf
barreau tralie, spijl, vensterstang
barrière hek, spoor., slagboom, versperring, poort
barrique okshoofd (200 à 250 liter) vat, fust
bartenhauer hellebaardmaker
bas.côté zijbeuk bij kerk
base nicht, dochter van oom of tante
Basilea Basel
basse.cour hoenderhof
bassen blaffen
bastaardbalk heraldiekteken, schuinstaak, gebruikt als teken van een bastaardkind
bastaertkint buitenechtelijk kind
bastard onechtkind, kind van niet gehuwd paar
bastardengoet bezittingen door bastaarden nagelaten
bastoen heraldiekteken, schuinstaak
Bastonia / Bastonacum Bastenaken, Bastogne
bat verklaarde, er op wijzen, ook beter
bâtard bastaard, onecht
batave in het Nederlands
Batavoburgium / Batavorum Oppidum Batenburg
Batavorum insula, Bat(h)ua Betuwa Betuwe
batavus Nederlands
batl afk, batallon, groot aantal, troep soldaten
batement vermaak, toneelvoorstelling
baterleinmacher rozenkransmaker
batiste, batist kamerdoek
bay roodbruin
bayen baden, zwemmen
bazuin heraldiekteken, hoorn
bbdr afk. bombardier, stenenkogel gooier
Bd afk. op huw. akte, bruid
be. afk. bekaagde, beklaagde
beatae memoriae afk. b.m.zaliger gedachtenis, overledenen
beatus heilig
beau fils stiefzoon, schoonzoon
beau frère zwager
beau père schoonvader, stiefvader,
beaux-enfants aangetrouwde kinderen
beaux.parents schoonouders
beboeseminge leveren van bewijs van verwantschap
becharius emmermaker,
beckenele helm bestaande uit ijzeren of stalen kapje en een beweegbaar vizier
beckenschlager ketelsmid
beclaechde aangeklaagde
bedaagd bejaard
bedagen dagvaarden
beddecleet sprei
beddegenoot echtgenoot
bedder bedelaar
beddescheyde beddenplank
beddescult vervullen van de huwelijksplicht
bedding bed met wat er bij hoort
beddinge beddengoed
bedebrief poortersbrief
bedellus gerechtsdienaar, beulsknecht
bedelofte gelofte
bedied, bedieden verklaring, uitleggen
bedorven gestorven, verloren, gedood, maar ook diep ongelukkig
bedrif bedrijf, zaak
bedtgescheyd ontbinding van een huwelijk
beduit, baduit inhoudsmaat, 1 beduit = 1/4 kan en ca 0,4 ltr. Voornamelijk in Noord-Brabant
beenstukken ijzeren beenbekleding
beer heraldiekteken, in de vorm van een beer, zowel zittend, gaand of staand afgebeeld
beerft, bearvet een kind hebben van de persoon met wie men getrouwd is
beersteker sekreetruimer, beerput opruimer, strontton ophaler
beestsys = bestiaelgelt een buitengewone belasting op het vee
begängnis rouwplechtigheid met lijkrede en het voorlezen van de personalia in de kerk
begeeren verlangen, verzoeken, vragen
begever persoon die het recht had een pastoor of predikant te benoemen
begeving, begevingsrecht het schenken van een ambt
beghina, begina, begine begijntje
begijne, bagijn weduwe, ongehuwde vrouw
beginlijck aanvankelijk
begorden zwanger gemaakt, bevruchten
begrafenislepels geschenk aan dragers en nabestaanden, meestal voorzien van naam en datum van geboren en overlijden, bij Friese begrafenis
begraven ter aarde bestellen, een gracht graven
béguine begijn(tje)
behalden behouden
beheimen ommuren, van een omheining voorzien
behoevichen behoeftige
behoudelijck met uitzondering van
beierman klokkenluider
beilager huwelijk
beisasse Inwoner van een stad zonder de volle burgerrechte
beiwoner Inwoner van een stad zonder burgerrechten
bekaid stervende
bekalengiren eis in rechte tegen iemand instellen
beke beek
bekemacher kuiper
bekennen en de betughen verklaren en bevestigen
beklemakte akte van de beklemde pacht d.w.z. van land waarop het (beklemrecht) rust. Het beklemrecht is het altijddurend erfelijk recht op het gebruik van iemand anders toebehorende landerijen met daarop het huis c.a. van de gebruiker onder de verplichting van betaling van een vaste onveranderlijke jaarlijkse som van lasten en belastingen.
bekomen verkregen
bekwinen, bekwelen betreuren
beladen heraldiekuitdrukking, een schild is beladen met b.v. lelies, rozen, dieren, etc.
belangende vanwege
belegen hebben als belendingen hebben
belegherthede ligging
beleidinge bezichtiging, schouwing (van beken, waterwegen)
beleth off inspraecke verzet tegen het huwelijk hebben
beleven nakomen, naleven
belfroot, belfort toren, belangrijk gebouw met toren
belgice in het Nederlands
belgicus Nederlands, Belgisch
Belgium Novum Nieuw Holland, New York
Belgium Nederland, België
belief wil, bevel
beliefte verlangen
beliën bekennen
belijden dulden
beliterije bedelarij, schooieren
belle.fille schoondochter, stiefdochter
belle.mère schoonmoeder, stiefmoeder
belle.soeur schoonzuster
bellisier drinkgeld
bem. afk. belle-mère, schoonmoeder
bemanen vonnis eisen
bemd beemd, veld
bemerkt van een handmerkteken voorzien
ben viskorf
bend gilde
bendeeren samen spannen, een bende vormen
benedicere zegenen
benedicta zondag na Pinksteren
benedictio, -nis (huwelijks) inzegening
bénédiction nuptiale kerkelijke inzegening van een huwelijk, huwelijkszegen
bénédiction (in)zegening, zegen, het zegenen
benedictum, benedixi zegenen
benefacere schenken
beneffen evenals, eveneens
beneficatus, beneficiarius priester die de inkomsten van een beneficie genietbeneficiant
beneficentie mildheid, weldaad
beneficie weldaad, voorrecht
beneficien (van recht) gunsten, voorrechten
beneficium abstinendi het recht der kinderen om de erfenis van hun vader te weigeren
beneficium discussionis voorrecht de vordering te mogen betwisten
beneficium inventarii voorrecht van boedelbeschrijving hij, die een erfenis onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt, is voor de schulden slechts aansprakelijk, voor zover zij uit de baten betaald kunnen worden
beneficium, beneficie inkomen van een geestelijke, weldaad, voorrecht
benevole lector welwillende lezer
benevolus, benevolentie welwillend
bénitier wijwatervat, spaesvat
benne ruif, mand
bennenmacher kinderwagenmaker
bepanden voorzien van een onderpand
beperelt versierd met parel
bepijnen zorgvuldig
bepokpet pokdalig
beraaien beraden
bercarius schaapherder
berch spits toelopende zijde van een dakvenster
berchhynne patrijs, korhoen
berckier schaapherder
berd plank
berdiel bordeel, huis van lichte zeden
berecht geborgen,
bereen besprongen en daardoor zwanger geraakt
bereklauw heraldiekteken, poot van een beer
beren baren
berenstecher varkens castreerder
Bergae ad Zomam Bergen op Zoom
Bergae Divae Geertruidenberg
Bergae Bergen (B), Mons (B)
bergarius schaapherder
berichtschrift lastbrief, bevelschrift
berijden beroeren, kwellen
bernecamer smeltkamer
bernmaai glimworm
bernschneider barnsteenbewerker
beroit beroofd
Berolium Berlijn
berrieleggersmate inhoudsmaat voor granen 1 berrieleggers -mate voor graan = 2,572 ltr. Voor haver = 3,648 ltr.
berschiere soort van wol
bersten in naar binnen stormen
beruit schurftig
Berzizoma, Bercomum,  Bergae ad Zomam Bergen op zoom
besabberen bevuilen
besace bedeltas van de geuzen
besaedde oogst op het veld
besaen gelooide schapenhuid
beschirmer bestuurder, regent, verpleger
beschoten in slaap
beschreven schriftelijk bevel
beschrijf schildering
beschrijvinge convocatie, beschrijvingsbrief
beschud recht van naasting. De (naaste) familie had bij nieuwe of doorverkoop het recht om het terug te kopen tegen de oorspronkelijke koopsom
beschudder recht van naasting, verdediging
beschulden beschuldigen
beschuldigen met schulden bezwaren
bescouweren opzichters
besepen bedruppeld
besette beslaglegging, verpanding
besetten bepleisteren
besieckheit melaatsheid
besiegelen van een zegel voorzien
besien, besje oude vrouw
beslaen beslagleggen, ook door handslag bekrachtigen
beslapen en trouw voltrokken en van het bijslapen gevolgd huwelijk
beslapen bij elkaar slapen als man en vrouw, er nog een nacht over slapen
beslet belemmering
besluit bijzonder, afgesloten kamer of zaal
besluter slotenmaker, smid
besmetten onteren, schofferen, verkrachten
besneden tijd een nauwkeurig bepaalde tijd.
besnijden een vordering in rechten, inkorten
besnoeren beteugelen
besnollen bedriegen
besnuwd besneeuwd
besoigneren, besoigne beraadslagen, vergaderen over iets
bespieringe (sonder) onbelemmerd, zonder belemmering
bespringen aanvallen, attaqueren
bestaden uithuwelijken, in het huwelijk treden
bestadet zelfstandig
bestallen bezetten
bestayet in handen gesteld
besteden in het huwelijk treden
bestedynge aanbesteding
bestellen verzorgen, uitbesteden
bestelling lastbrief
bestemoer, bestemoeder grootmoeder
bestenen jammeren
besterven verstijven, verbleken maar ook door vererving ten deel vallen
bestetter vervoerder, expediteur
bestevaar stamvader, grijsaard, grootvader
bestevader grootvader
bestey pastei
bestiael geldt belasting op vee
bestiael beestachtig
bestiaelen vee
bestoor predikant, pastoor
bestorven lijkbleek wees geworden
besuchung Maria Maria ontvangenis, 2 juli
besweeren onder een eed bevestigen
bet an der tijt tot aan de tijd dat
betaelt den lesten penninck metten eersten volledig betaald, kwijting -formule bij o.a. akte van eigendomsoverdracht.
bete biet, maar ook het water waarin de looiers hun vellen bereiden
beteeckeningen kentekens, kenmerken, bewijzen.
beteult bewerkt
betide 's morgens vroeg
betoonen ter waerheit met getuigen bewijzen
betpan beddenpan
betreckbaer die voor de rechter geroepen kan worden
bettage biddagen, maandag tot woensdag na de 5e zondag na Pasen
bettiecte beddetijk
Betuwa Betuwe
beu verzadigd
beudel beul
beuk boek
beukhamer wapen in middeleeuwen, strijdhamer
beuling worst
beuren in ontvangst nemen, heffen van rente
beurs geldbuidel, als heraldiekteken vaak voorgesteld met twee koorden
beutelaar iemand die kunsten vertoond op kermissen
beutelmacher leren buidelmaker
beuter imker
bevallen zijn zaak verliezen
bevanck (sonder) onbedwongen, vrij, zonder arglist
bevanck deelgebied van een polder, rechtsgebied
bevechten aanranden, aantasten, attaqueren, bespringen
Beverovicum Beverwijk
bevert bedevaart
bevolkingsregister register waarin de bewoners van een gemeente, met naam en adres, etc. opgetekend zijn
bevreyssemt puisterig, opgezwollen
bevrijden behoeden
bevrijen vrijwaren
bevrucht heraldiekteken, op schild weergegeven vruchten
bevrund verwant
bewaarde veilig
bewaarder bewaker
bewaarster verpleegster, baker
beweerd verdedigd
bewerp schets, ontwerp, patroon
bewerpe ontwerp van een akte welke goed gekeurd moet worden
bewijsen rente of hypotheek vestigen op een bepaalt stuk land
bewijskonst beargumenteren
bewimpelen verbergen
bewint omvang van een landbezitting, rechtsgebied
bewossen begroeid
bewroegen beschuldigen, aanklagen
bey beide
bez. afk. bezirk, rayon, gebied, district
bezaaid heraldiekteken, een schild waarop meerdere gelijke tekens
beze bes
bezent hooggeschat
bezind bemind
bezirk rayon, gebied, district
bezucht vervloekt, ook door erge ziekte gekweld
Bg afk. op huw. akte, bruidegom
biais biaisband, schuine strook
biblia sacra heilige schrift
biblia bijbel
bibliopegus, bibliopega boekbinder
bibliopola boekverkoper, boekhandelaar
bickelaer steenhouwer
bicolore tweekleurig
bidasse soldaat
bidden, bede verzoeken, verzoek
bidellus gerechtsdienaar,beulsknecht, pedel
biden slaan
biduo op de tweede dag
biduum twee dagen
bie provicie bij voorlopige voorziening
biebuich bijenkorf
biekaar imker, bijenhouder
bieman imker, bijenhouder
bien.fonds vastgoed, onroerend goed
bienn(al)is tweejarig
biennalis, biennis twee jaar oud
biennium periode van 2 jaar
bierbeschoyer bierbezorger
bière doodkist
bierhaan drinkebroer
bierpul kroes voor bier, voorzien van een deksel
biersnelleken potje bier
biertje biermaat in de 17e eeuw, 1 biertje = 1 ltr.
biest beest
bigami van de bigamist
bigamus gelijktijdig met twee vrouwen gehuwd
biggelsteen kiezelsteen
bij falte (faute) bij in gebreke blijven
bij gebreck bij verstek
bijker imker, bijenhouder
bijlhouwer timmerman
bijlust overspel
bijnden binden
bijnnenbrouwer bierbrouwer die binnen de stanswallen bier brouwt
bijslag toegift
bijstander helper
bijsterveld schraal en vaak onvruchtbaar terrein
bijteecken tegen merk, tweede merkteken
bijten fluisteren
bijtevel kramp in de ingewanden
bijvanck de gehele, meestal afgesloten omvang van zijn huis of erf
bijwijf bijzit
bikken eten
biljou baljuw
bille bilhamer, hamer om te billen
billen groeven in molensteen scherp maken
billietten bevelschriften tot betaling
bilo vloek
bilwortel bilzekruid
bimaritus voor de tweede maal gehuwd, bigamist
binatus, binati filii tweelingen
binde dakbalk
Bindrium 's Hertogenbosch
bini twee
binnebinder rietdekkersknecht
binnen veertien nachten binnen twee weken
binnenbedrijver die zijn land binnen de eigen gemeente bewerkt
binnenburger burgerschap van persoon die binnen de stadsmuur woont
binnenjarich (pacht) de vervallen pacht van het lopende jaar
binnenkosten belastingen, nodig om de onkosten van de gemeentebesturen te dekken eens per jaar mocht de omstelling van de binnenkosten gedaan worden, dorps -, gemeentelasten
binocle lorgnet, knijpbril
binubus voor de tweede keer getrouwd
bique wijf, vrouw, meisje
birmenter perkamentmaker
bis milies tweeduizend maal
bis twee
bisaïeul, bisaïeule overgrootvader, .moeder
bisex schrikkeljaar
bislaght, bislaep valse munt
bislapen bij iemand slapen, ook gemeenschap hebben
bispel vertelling met een zedelijke strekking
bisse zeer fijne stof
bisser hoofdstelsmid, gebittenmaker
bissextile, schrikkel
bistandeman adviseur, raadgever, .geefster
bitebau boeman
B.L. afk. benevole lector, welwillende lezer
blad heraldiekteken, zonder verdere aanduiding altijd een lindeblad
bladarius graanhandelaar
bladen oogsten, de vruchten van het land verzamelen, vruchten plukken
bladergoud bladgoud
bladinghe vruchtgebruik
blaffaard legger
blague tabakszakje
blaker toorts, olielampje, hanglamp, maar ook een pan waarin (s nachts een vuur lied brandden
blamatie schande
blamen lasteren, iemand te schande maken
blameren schandelijk behandelden
blanchir onschuldig verklaren, vrijpleiten
blanchisseur, blanchisseuse wasbaas, .vrouw
blancke Frans (zilveren) betaalmiddel, reeds bekend in 1268
blanden mengen, mengelen, een mengsel maken
blander, (mede)blander bereider van een mede of honingwijn
blank, blanke betaalmiddel, zilveren munt
blaser balgentreder, orgeltrapper, windmaker voor het orgel
blashemie godlasterend,
blason blazoen, wapen(schild), heraldiek
blaspheemeeren godlasterend, iemands eer te na spreken
blat aan twee zijde te beschrijven vel papier
blate steenvalk
blatiers kooplieden in granen
blatner harnasmaker
blattervater pokkenhuis beheerder
blauvoet steenvalk
blauw heraldiekteken, de kleur blauw, ook azuur genoemd, aangegeven door horizontale arcering
blauw schraal, van slechte kwaliteit
blauwen blauw maken, verven van stof
blauwer Ostertag zondag voor Pasen, palmpasen
blauwer stofverver
blazen drinken
blazoen wapen
blé noir boekweit
bleeckeling soort slechte kwaliteit turf
blein blaar
bleken schelden
bley scheldwoord tegen een vrouw
bli lood
bliaut een zijden stof
blide blijde, oorlogswerktuig om stenen mee te gooien
bliekblank, -wyt inwit
bliekvyst iemand die zeer bleek ziet
blieter landloper, vagebond, bedelaar, schooier
blieterij landloperij, bedelarij, schooierij
blijberch loodmijn
blijde oorlogswerktuig om stenen mee weg te slingeren
blijfsels gerechtelijke toewijzing van bv achterstallige renten en boeten
blijven in het sterfhuis een nalatenschap aanvaarden met schulden, lasten en baten
blijven uit het sterfhuis niet aanvaarden van een nalatenschap
blijver langstlevenden
blinde vensterluik
blindencost bijkomende onvoorziene kosten
blink onbegroeide duintop
blocdeel houtenprop in muur om haak in te slaan
blochuus gevangenis
blockmeester wijkmeester in een stad
blocslot groot hangslot
blocsteen gebakken metselsteen
bloedbewant bloedverwant
bloedkleur heraldiekteken, Duitse (rode)kleur, aangegeven door verticale - en schuin -linkse lijnen over elkaar
bloedschand incest
bloeling bloedworst, maar ook een slecht mens
bloeme menstruatie, maar ook gezwel
bloetbewant, bloetgewant bloedverwant
bloetganc buikloop, dysenterie
bloetijl bloedzuiger
bloetlaten, bloed loop verwonding door steekpartij waarbij bloed vloeit
Bloetswege ( van) als bloedverwant
bloiende menstruatie
blok deel van een weiland
blok houten strafwerktuig
blote geschoren schapenvacht
bloten beroven
blouwsteen hardsteen, arduin
blum-Ostertag zondag voor Pasen, palmpasen
blussen bevredigen
blussing vernietigen
bly, blij lood
B.M. afk. Beatae Memoiae, zaliger gedachtenis
bm. afk. bourgemaitre, burgemeester van de gemeente
B.M.V. afk. Beatae Mariae Virginis
bn. afk. bien, goed
bo. afk. bon, goed
bocraen, bolcraen stof van geitenhaar
bocxhoren ram werktuig
boddeck kuiper
bodeger schietboogmaker
bodelinc ingewanden
bodescep boodschap
boefveclocke avondklok, de stadspoort wordt gesloten
boeisel loodgieterwerk
boek beuk
boeke beukenboom
boel minnaar
boelen minnekozen, vrijen zonder bijbedoeling
boeleren overspel spelen
boelin vrijster, geliefde
boemwol katoen, boomwol
boen goed
boerckoishof moestuin
boeren bewoners op het platteland
boeren, beuren in ontvangst nemen, heffen van rente
boerenkikken rommelen
boerewapens burgerwapens
boerman boer, landbouwer
boesem hart
boet baak
boeten herstellen, terugbetalen, goedmaken
boethuus huis waar de netten hersteld werden
bof. afk. beau-frère, zwager
bog. afk. bourgeois, burger, iemand uit de middenklasse
bogger schavuit
bohémien, bohémienne zigeuner(in)
boi boei
bokel borstwapen
boksen broek
bol inhoudsmaat, 1 bol = 1,7 ltr
boleren vrijen, minnen
bolkruis heraldiekteken, verkortkruis met bollen aan het eind, heet ook appelkruis
Bolsverda Bolsward
bombaerde, bombare oorlogswerktuig om stenen mee te slingeren
Bombarda geweerschot, schot
bombardarius bliksmid
bombardicus buksschieter, schutter, kolvennier
bombardus buksmeester, kanonnier
bombazijn geweven stof, waarvan de inslag van wol is en de schering van zijde, vooral voor werkmansondergoed
bombicinator zijdewever, brokaatmaker, zijdewerker
Bommelia, Bommel Zaltbommel
bon buurt, wijk
bona goederen
bona fide ter goeder trouw
bona hereditaria erfgoederen, stamgoederen
bona materna goederen van moederszijde
bona minorum goederen die aan een minderjarige toebehoren
bonarium bunder
bondieuserie femelarij, bigotterie, kwezelarij
bonetten, bonet muts
bongaert boomgaard
bonge trommel
bonger trommelslager
bonget valies, koffer
bon.henri brave hendrik
boniche (jong) dienstmeisje
bonne.maman, grootmoeder
Bononia Bologna
bon.papa grootvader
bonus goed
boo deurwaarder
boodschap lastgeving
boom (te) aan de galg
boom grens, bodem, grondslag
boomhouder tolboomhouder, inner van de tol
boomhouwer zadelboomhouder, maker van zadels
boonganger (rijk of in aanzien) burger die aan de magistraatsverkiezing mocht deelnemen
boonheer, boonman magistraat (gekozen tijdens de magistraatsverkiezingen)
boonlote loting met bonen, o.a de magistraat -verkiezing. Met witte en bruine bonen
boonmael maaltijd die na de magistraatsverkiezing werd gehouden.
Bop. afk. beau-père, schoonvader
borchmeester burgemeester
borchrinck ijzeren ring aan de poort van een kasteel.
borchwerck leenherenwerk, werk dat men moest verrichten voor de leenheer
bordeelbok, bordeelbrok hoerenloper
bordehouwer, borthouwer houtsnijder
borg toeverlaat
borgbrief akte van borgtocht of indemniteit
borge hij die zich garant stelt
borgeren, borger burgers
borgerschap waarborg
borne grenssteen, grenspaal, paal,
borrelwacht nachtwacht
bors schatkist
borsse (leere) leren beurs, geldbuidel
borsten breken, barsten
borstlap lap op de boezem gedragen door vrouwen
borstrok onder het hemd gedragen kledingstuk
Borussia Pruisen
bos hoeveelheid, 1 bos = 104 stuks
bos musket, geweer, roer
bos os
bosboom, busboom taxis
boschcolen, boskool houtskool
Boscoducem 's Hertogenbosch
bospoederhuus kruitmagazijn
bospoermaker buskruitmaker
bosquet bosje, bosschage
bossaen schapenleer
bossekruit buskruit
bossen stoeien, stompen, wegduwen
botdrager betaalmiddel, 1 botdrager = 36 schilling
boten boeten
botergulde, boterpacht pacht betaald met boter
boterlepel houtenlepel om boter uit de boterton te scheppen
botersmout botervet
botje betaalmiddel, zilveren munt in Brabant
botjesmaat graanmaat, 1 botjesmaat = 0,32 ltr.
botte domkop
botten vals spelen bij dobbelen
botter boter, maar ook valsspeler
botter valsspeler
bottertanden voorste tanden
bottier laarzenmaker
botting een soort belasting die betaald moest worden bij het (werk)bezoek van de graaf aan het dorp. Meestal hield hij er dan gelijk een rechtszitting
botularius worstmaker, worststopper, worsthandelaar
Bouces de la Meuse de monding van de maas
boucher slager, beul, wreed mens
bouffon nar, hofnar
bouge krot, kot, hok
bougette leren reiszak
bouille melkbus
bouilleur (brandewijn)stoker
bouleau berk
boulet (kanon) kogel
bouman landbouwer, boer
bouquetin steenbok
bourbier modderpoel
bourdeel bordeel
bourg groot dorp, stadje
bourgade dorpje, gehucht
bourgemaitre de la commune burgemeester van de gemeente
bourgemestre burgemeester van de gemeente
bourgeois, bourgeoise inwoner, inwoonster v. dorp of stad, poorter
bourgeoisie poorterschap, poorterrecht
bourreau beul, scherprechter
bourrelier gareelmaker,
bourrelier zadelmaker, leerbewerker
bourse beurs
bouseux boer
bouw oogst
bouwen boven rok
bouwknecht boerenknecht
bouwlien boeren
bouwman boer
bouwvrouw boerin
bovelinck hoogstammige fruitboom
boven recht meer dan het recht vereist
boven in weerwil van
boves ossen
boviné rund
bowman boer, landbouwer
b.p. afk. baptizatus parocho, gedoopt door de pastoor
BR afk. Bataafse Republiek
Br. afk. brumaire, maand van de nevels
braak omgeploegd land dat men onbebouwd laat liggen
braakliggend braakliggend gedurende een jaargetijde
braakvruchten waarschijnlijk kleine tiendvruchten
braauwspiker gesmede spijker
brabançon, brabançonne Brabander, Brabantse, Brabantia, Bracbantum,
brachet, brachmond juni
bractearius goud en zilversmid
bragade bluf
brak heraldiekteken, hondenkop (pen) met hang of flaporen en uithangende tong
branche ainée oudere linie, oudere tak
brander brandstichter, maar ook brandijzer, haardijzer
brandereel loden, ijzeren of stenen bol die rond geslingerd werd om iemand te verwonden
brandhaak ijzeren haak aan lange houten steel
branding brandhout
brantmuer gemeenschappelijke muur tussen 2 woningen of buitengevelmuur, deze mocht geen houten - en leem - (klei) delen bevatten
brantpalen palen welke de uiterste grenzen aangaven van iemands eigendom of gebied
brantroede haardijzer, waarop het brandhout lag
brantsack natte met graan gevulde zak voor op de rug bij het blussen
brantschat geld waarmee de brandstichting en plundering werd afgekocht
brantteecken brandmerk, meestal op de schouder van een veroordeelde tot brandmerken
bras. afk. brassier, brouwer
brasiator moutmaker
braspenning betaalmiddel, 1 braspenning = 1stuiver en 8 deniers, ook 1/40 van een Philippus daalder
Bratucpantus Brabant
brautkind een voorkind, een kind geboren voor het huwelijk
braxator, braxiator brouwer
brcgd. afk. brigadier
bredanus van Breda
breem brandbaar droog struikgewas
breidentag pap dag, 1 februari
breineloos, breyneloos krankzinnig
breiser passementmaker
breke braakliggend land,
Brema Bremen
breme traliedeur
breucken boetes, misdoen
breucker overtreder, misdadiger
breuckmeester persoon belast met het innen van de boetes
breucksalich die de boete moet betalen
breuken vergrijpen
breve brief
brevi in het kort
brevis, kort
breyer mandenmaker
breyf brief
bricksteen, brycksteen baksteen
Brida, Briela, Helium Den Briel
brieder brouwer
brief, brieve akte of oorkonde, vaak vooraf gegaan door de naam van de maker bv schepenbrief
briefgelt kosten van een wettelijke akte, legeskosten
brieflesing vonnis tot inbeslagneming verleend na inzage van de schepenbrief
brigand, brigant schurk, boef, ook licht bewapende soldaat
brigandage dieverij, roverij
brigandine borstharnas
brijeeren bewerking van lakenstof
brijman, briman, brijmannen betaalmiddel, zilveren munt geslagen te Tricht, waarde onbekend
brijn pekel
briqueterie steenbakkerij
brochage met goud., zilver. of zijdedraad bestikken
broche (braad)spit
broché geweven stof, brokaat
brocheur, brocheuse brokaatwever, .weefster
brodeuse borduurster
brodich die bij iemand inwoont en in de kost is
broeck, broek moeras, drassig land, ook land dat jaarlijks onderloopt en begraast kan worden
broeckage weiden, beemden
broeckilie korte broek
broekland weiland
broeteter kostganger
broetjong broodmes zonder scherpe punt
broetzaet gemalen koren waar bood van werd gebakken
broitgesinde huispersoneel, bedienden
brokelic strafbaar, schuldig aan strafbaar feit
broken, breuken inbreuk maken op de rechtsorde, strafrechtelijke overtreding
brokenn geldstraffen
brongräber putten - bronnengraver
broodtbidder bedelaar
broodzetting de prijs en het gewicht van brood zoals dat door het Rijnlandse bestuur werd vastgesteld omstreeks 1800
broot bidden bedelen
brootbidder bedelaar
brootcoren tarwe
brootse breekijzer
brootstal broodkraam op de markt
broussaille struikgewas, struiken, kreupelhout
broussailleux met struikgewas bedekt
Brouwari portus, Bruvenhavia Brouwershaven
bru schoondochter
bruch-steinschneider heelmeester, chirurgijn
bruek vergrijp, misdrijf
bruel beemd, weide
bruetkijste bruidskist, kist met de uitzet van de bruid
Brugae, Brugis, Brug Brugge
bruiden beslapen, maar ook verkrachten
bruidje bedoeld wordt een communicantje wiens tooisel geleek op dit van een bruid
bruier plaaggeest, duivel
bruikweer hofstede, pachthoeve
bruin heraldiekteken, kleur bruin, aangeven door verticaal gekruiste arcering
bruitwech mestweg
brum. afk. brumaire, nevelmaand
brumaire oktober, nevelmaand
brußtag woensdag voor de laatste drie-eenheidzondag
brustschneider korsettenmaker
bruwet tweewielig landbouw kar met klein extra wiel
bruwette vervoeren
Bruxellae, Bruxellis Brussel
bruxellensis van Brussel
bruycker gebruiker
bruynswert pikzwart
BS afk. burgerlijke stand
b.s. afk. baptizatus sacellano, gedoopt door de kapelaan
bubulcus, bubulcularius koeherder, ossendrijver, ossenhoeder
buccinator, bucinator hoornblazer, trompetblazer
bûcher brandstapel
bûcheron houthakker
budel beul
buele verwante
buffel beul, scherprechter
buffel wambuis
buick ghebroken huwelijk is ontbonden bv door overlijden
buidelkist, budelkist meelkist
buiingen beschoeiing
buiklust vleselijke begeerte
buiskool witte kool
buitellaartje inhoudsmaat van botervat, 1 buitelaartje = 1/4 kinnetje =9,36 kg
buitendach buitengewone rechtszitting
buitenijen het terrein buiten de stadsmuur, dat tot het stedelijk rechtsgebied behoorde
buitenluiden vreemdelingen
buitennij voorstad, gehucht
buitensbaans afgelegen
buk bok
bulle pauselijke brief
Bullio(nium) Bouillon
bulsarius tassenmaker, geldbuidelmaker
bulster stromatras, kafmatras
bundel, bendel gewicht, 1 bundel = 3,2 kg
bunder oppervlaktemaat, 1 bunder is ca 400-450 vierkante roeden, ook gezien 2 bunder = 3 morgen
bunderboeck kadaster, erfregister
bundergelt grondbelasting
bundighsten (te) zoveel mogelijk in rechten bindend
bunxem bunzing
Burdigala Bordeaux
burdonarius lastdierendrijver
burge, burg borgen, borg
bûrgemeister burgemeester van de gemeente
burgensis, -is burger
burgerlijk huwelijk zonder godsdienstplechtigheden huwen
burgerlijke begrafenis begrafenis zonder kerkelijke plechtigheden
burgerrecht recht uit het burgerschap voortvloeiend
burgerscap het burgerschap
burggravius burggravin
burgrave burggraaf
bursarius beurzenmaker, leerbewerker, tassenmaker, zadelmaker, kassier, ontvanger, beursstudent
busboom taxus
büschenmacher geweermaker, geweersmid
buscloot kanonskogel
Buscum Ducis 's Hertogenbosch
busgat schietgat
busken bosje
bust rapes grafschender
butenpoorterscep burgerschap van persoon die buiten de stadsmuur woont
buticularis schenker
butseel wijnzak
buucevel dysenterie, diarree
bygerde begeerde
byhach behagen
byleven believen